Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
{ iü3 )
dit inzigt ontnam hrj den Geestelijken hunne voorregfen;
hij scliafte de jaarwedden tot onderhoud der Geestelijken ,
en der aan God gewijde i\Iaagden af. Het was, zeide
hij, al spottende, om hen tot de volmaaktheid van him-
nen staat terug te brengen, en hen de Evangelische ar-
moede te doen oefenen. Hij ontroofde de kerken van
hare goederen, en deed hare rijkdommen naar de tem-
pels der Afgoden brengen, die hij op kosten der Christe-
nen wederom deed verbeteren. 13ij deze gelegenheid,
hadden de Geestelgken veel te lijden: men zette hen
gevangen, men bragt hen op de pijnbank, om hen te
dwingen, de heilige vaten en sieraden te ontdekken en
over te leveren. Men deed hun openbare yersmaadhe»
den aan, zonder dat iemand hen verdedigde. De kerken
werden geplunderd, afgebroken of ontheiligd; de graf-
steden der Heiligen vernield, hunne beenderen in het
slijk geworpen, en hunne asch verstrooid. Julianüs
trachte door beloften de Christenen, die zwak in hun
Geloof waren, te gewinnen. De standvastigheid derge-
ner, die wederstonden, werd voor eene misdaad tegen
den staat gehouden; in tegendeel, werden degene, die
zich lieten overhalen, en die hun geweten aan de tijde-
lijke welvaart opofferden, grootelijks geëerd en begun-
stigd. De afval van het geloof was de weg tot alle be-
dieningen: de7,e diende in de plaats der bekwaamheden
en der verdiensten; hij was een deksel voor alle vorige
misdaden, en gaf het regt om straffeloos alle euveldaden
te begaan. Julianus gaf eene wet om de Christenen
buiten alle ambten te sluiten, onder voorwendsel, dat
het Evangelie hun verbiedt het zwaard te gebruiken: hij
ontnam hun alle regten, welke men hun durfde betwis-
ten , en hij stond hun zelfs niet toe, zich voor de reg-
ters te verdedigen, h Uw godsdienst," zeide hij hun,
« verbiedt u alle regtsgedingen en klagten." De steden,
die der Afgoderij genegen waren , waren verzekerd van
zijne gunst; in tegendeel konden de Christelijke steden
geen regt krijgen. Hij weigerde gehoor te geven aan
hare afgevaardigden; h'j verwierp hare smeekschriften