Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
{ 143 )
grijsaard, al sedert derlig jaren Bisschop, die in de ver-
volging van Maximianüs het Geloof beleden had, en die
in de geheele Kerk vermaard was. Nadat Osius, te
yllexandrië, met den brief van den keizer gekomen was,
vergaderde er eene talrijke Synode; hij verzuimde niets
om Abitjs en zijne aanhangers tot de waarheid terug te
brengen; maar het was vergeefsch, hg was verpligt omj
onveiTigter zaak weder naar Nicomedië te gaan. Arios|
on zijne aanhangers weigerden door eene, aan alle ket-
ters eigene, halsstarrigheid, om zich te onderwerpen aan
het stilzwijgen, hetwelk de keizer hun oplegde. Van den
anderen kant, konden Alexander en zijne Geestelijk-1
heid, wel verzekerd, dat zq in het bezit der waarheid
waren, waarvan zij het pand moesten bewaren, en aani
de nakomelingschap overbrengen, niet bewilligen, omj
haar gevangen te houden. Het was voor Osiüs eene ge-
legenheid om den keizer met de waarheid van deze zaaki'
in al hare volkomenheid, en met de grootheid van heti
kwaad, hetwelk de Kerk bedroefde, kenbaar te maken.
LXI. HOOFDDEEL;
De Kerkvergadering van Nicea;
Het Jaar 325.
Zoo haast als keizer Constantinus vernomen had, datt
zijn brief weinig had uitgewerkt, besloot hij op raad der!
Bisschoppen, en met eenstemmigheid van den H. Paus
SiJLTESTER, eene algemeene {wcumenicum) Kerkvergade-fi
ring bijeen te roepen, om der dwaling te keer te gaan;«
en bate aanhangers te bedwingen. Onder de heidensche i
keizers had men zoo groote Kerkvergadering niet kunnen i
houden: maar Constantinus, meester van het gehee-'
Ie rijk, konde dit, zijne godsvrucht waardige, besluit ;
ten uitvoer brengen, en men kan zich niet wederhouden .
om de Voorzienigheid te bewonderen, die toen deze uit- '
voering gemakkelijk maakte, door zoo vele landen onder i
de bcheersching yan een eenig mcnsch te vereenigen, Men .