Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 139 ) \
was genoegzaam om hunne krachten te onderhouden, en
om hen bekwaam te maken, om veel te arbeiden en wei-
nig te slapen. In de daad, deze strenge levenswijze ver-
lengde hun leven, en versterkte huutie gezondheid: zij
bereikten gewoonlijk eenen zeer hoogen ouderdom, en
en zij werden niet ziek. De H. Antonius, hun insteller,
leefde over de honderd jaren. Het gebed was even zoo
wgsselijk ingerigt, zij vergaderden om zamen te bidden,
niet meer dan tweemalen in de vier en twintig uren,
lederen keer baden zij twaalf Psalmen, waar eenige ge-
beden tusschen gevoegd werden, en voegden er op het
einde twee lessen uit de H. Schrift bij. De Broeders
zongen beurtelings ieder een Psalm, staande in het mid-
den van de vergadering: de anderen hoorden het zittende
aan, en onderhielden een diep stilzwijgen, zonder hunne
borst noch een ander deel van hun ligchaam te vermoeijen,
hetwelk hun vasten en hun gedurige arbeid hun ook niet
toeliet. Het overige van den dag, baden zij onder hun-
nen arbeid, ieder afzonderlijk in zijne cel: zij hadden
ingezien, dat niets bekwamer is om de gedachten te be-
palen , en de afleidingen te beletten, dan eene gedurige
bezigheid. De gehoorzaamheid was het middel, van het-
welk zij zich bedienden, om de hoovaardigheid, die den
mensch zoo eigen is, cn die hem zoo weinig past te be-
teugelen. Zij waren als kinderen ondenvorpen aan hunne
oversten, alhoewel er zeer talrijke gemeenten onder het
bestuur van eenen eenigen y\bt stonden; want in korten
tijd vermeerderden zij zeer sterk, en een zoo verstervend
leven werd onder de Geloovigen zeer gemeen: de wilder-
nissen werden bevolkt met heilige Boetelingen, die zich
zelve met meer strengheid behandelden, en tuchtigden,
dan de regters gewoonlijk de misdadigers doen; door de-
ze verstervingen, die zij met eene ongeloofelijke streng-
heid uitoefenden, hielden zij die ongelukkige neiging, die
wij tot de zonden hebben, in bedwang. Eindelijk, het
getal der Monniken vermeerderde zoo zeer, dat zij, die
volmaakter waren, genoodzaakt zijn geworden om nog
dieper in de wildernissen te trekken; zoo zeer heeft men