Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 138 ) \
daartoe tc geraken, gebruikten zij vier voorname midde-
len, de eenzaamheid, het handwerk, het vasten, en het
gebed. Zij verwijderden zich verre van alle andere be-
woonde plaatsen, en begaven zich diep in" de wildernis-
sen, waar men niet dan na eenige dagen reizens kon-
de komen. Deze wildernissen waren geene groote bos-
schen noch woeste landen, die men door dezelve te be-
bouwen konde vruchtbaar maken; zij waren niet alleen
onbewoonde, maar onbewoonbare plaatsen, dorre heiden,
onvruchtbare bergen, afgrijsselijke rotsen. De 31onniken
hielden zich op plaatsen op, waar zij water vonden;
zij bouwden er arme hutten van hout of van riet. Al-
daar, verwijderd van al de voorwerpen, die de hartstog-
ten aandoen, bevlijtigden zij zich om de zuiverheid des
harten te verkrijgen, welker loon zal zijn, God te zien;
zij oefenden zich, om in zich al de ondeugden tevernie.
tigen, en om al de deugden met meerder vrijheid en
meerder zekerkeid te oefenen; zij bestreden de gierigheid
door de armoede en door eene getrouwe onderhouding
van niets in eigendom te bezitten. Zij betoomden de lui-
heid door eenen gestadigen arbeid; deze arbeid maakte
hen in geenen deele verstrooid, en belette niet, dat zij
hunne gedachten op God konden vestigen: hij bestond in
het maken van matten of manden van biezen. Zg had-
den er een dubbeld voordeel van, namelijk, om de ledig-
heid te vermgden, en om zich het levensonderhoud te
verschaffen. Daar zij weinig verteerden, waren zg zelfs
in slaat om aalmoezen te geven, en zg lieten ook niet
na, om aan den armen uit te deelen hetgene, wat hun
dagelijks overbleef van datgene wat zij door hunnen ar-
beid verdiend hadden. Zij vastten het geheele jaar door,
behalve, op de zondagen en in den Paaschtijd, Al bun
voedsel was brood en water. De hoeveelheid van brood
was gesteld op een Romeinsch pond, dat is twaalf oneen
daags, en zij deden er twee kleine maaltijden mede ,
den eenen 'smiddags om drie uren, den anderen 'savonds.
Zij hadden zich na een rijp overleg, en door de onder-
vinding voorgelicht, tot deze hoeveelheid bepaald; zg