Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( »37 )
ie weldra vol kloosters. Als hij de Monniken, die onder
zijn bestuur waren, ging bezoeken, schaarden er zich tot
drie duizend rondom hem. Hij trok vele volken, die
door de wonderen, waarvan zij getuigen waren, bewo-
gen werden, uit hunne afgoderg; maar daar men zijne
eenzaamheid stoorde door menigvuldige bezoeken, en zijne
nederigheid kwetste door de teekenen van eerbied, die:i
men voor zijne deugd had, beklaagde hij zich hierover,
en zeide: » Ach! ik ben wederom in de wereld, en ik
heb mijn loon in dit leven ontvangen." Hij wilde naar
eene plaats gaan, alwaar hij onbekend was; maar nadat
zich dit gerucht verspreid had, was geheel Palestina er
over verslagen, alsof het eene algemeene ramp was; waar
bij henen ging, volgde men hem overal na, als een man
Gods, die de magt had om de zieken te genezen, de
duivelen uit te drqven, en door zijne gebeden de bekec-
ring der zielen te verkrijgen. Als hij om de genezing
van iemand bad, gaf hij hem bij deze verkregene wel-
daad altijd eene vermaning, en hij zocht hem fe doen
begrijpen, dat de ziekten der ziel vrij meer te vreezen
zgn, en dat men zich veel meer moet beijveren om er
van verlost te worden. Schoon zijn leven zoo boetvaar-
dig en zoo vol goede werken geweest was, bekroop hem
echter de vrees voor Gods oordeelen bij het aannaderen
van den dood, en hij wekte zijn vertrouwen op dooc
deze woorden: n Vertrek, mijne ziel, vertrek; waarom
zijt gij bekommerd? Waarom vreest gij/ Gij hebt het
geluk gehad om Jksus Christus zeventig jaren te dienen,
en gg vreest te sterven?"
LIX. HOOFDDEEL.
Het Monnikenleven.
Het monnikenleven had ten doel om zich tot de Chris-
telijke volmaaktheid te verheffen door de oefening der
Evangelische raden; dat is te zeggen, der vo'.komene
zuiverheid, der gehoorzaamheid, en der armoede. Om