Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( x34 ) ''
eenen godvruchtigen naijver bezield, ging hij, als hij
van den eenen of anderen Dienaar Gods hoorde spreken,
terstond naar hem toe, om er het eene of andere van te
leeren, of er een voorbeeld van te nemen, hetwelk bij
zoude oefenen of navolgen. Hierdoor werd hij weldra
een volkomen voorbeeld aller deugden. De vijand van
's menschen zaligheid konde niet zonder nijdige oogen
aanzien hetgene, wat zoo gelukkige beginselen te kennen
gaf: hij nam zijnen toevlugt tot allerlei bekoringen, om
hem ten val te brengen. De jonge Monnik kwam alles
door het gebed en door de versterving te boven: zijn
bed was eene mat, en dikwijls sliep hij op de bloote
aarde; hij at maar eens daags na den ondergang der zon,
en niet dan brood met een weinig zout; hij dronk niet
dan water: hij droeg een haren kleed, eenen mantel van
een schaapsvel, en eene grove kap op het hoofd. Daar
de Heilige Geest hem bestemde om de wildernissen te
bevolken; bewoog Hij hem om zich naar de afgelegenste
plaatsen te begeven. Antonius trok over den Kgl, en
drong diep in de Thebaansche woestijn door. Nadat hij
langen tijd, van den omgang der menschen verstoken,
daar gewoond had, vereerde hem God, die zijnen die-
naar wilde kenbaar maken, met de gave van mirakeleni
De genezingen, die hij uitwerkte, deden Aveldra eene
groote menigte leerlingen tot hem komen, die verzochten
om onder zijn bestuur te leven. Men was genoodzaakt
om een groot getal kloosters te bouwen, ten einde hen
te huisvesten. Antonius onderwees zijne leerlingen, nu
eens in het hijzonder, dan weder in het algemeen; en
hg schreef hun de heilige regels voor, die zij moesten
onderhouden: n Laat het aandenken aan de eeuwigheid,"
zeide hg hun, » nimmer uit uwe gedachte gaan: denkt
alle morgen, dat gij mogelijk niet tot den avond zult
leven; denkt alle avonden, dat gg mogelijk den dag van
morgen niet zult beleven. Doet elk uwer daden, alsof
zg de laatste van uw leven wns: waakt zonder ophouden
tegen de bekoringen , en wederstaat kloekmoedig de aan-
vallen Yan. den duiY«!"- d^ze vgand is zeer awak, als