Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( i3i )
weest. Hij maakte het plan om eene zeer prachtige kerk
te Jeruzalem te bouAven. De H, Hxleüa, moeder van
dezen vorst, had ook even ais hij, eenen godsdienstigeu
eerbied voor de heilige plaatsen. Zij ging, schoon zij;
reeds bijna tachtig jaren oud was, naar Palestina, Bij
hare aankomst te Jeruzalem, gevoelde zij zich met eene
brandende begeerte bezield, om het ki'uis, waaraan Jisus
Christus den dood geleden had, te vinden. Dit onder-
zoek was niet gemakkelijk in het werk te stellen: de
Heidenen hadden met|inzigt om de gedachtenis der ver-
rijzenis van Jesus Christus uit te wisschen, dé plaats
van het graf met eenen grooten. hoop aarde bedekt, en
nadat zij er van boven een plat ruim dak op hadden ge-
maakt, hadden zij er eenen tempel aan de heidense lie
godin Venus opgerigt, ojn de Christenen afkeer'g te ma-
ken van het bezoeken dier plaatsen ; maar niets konde
de godvruchtige prinses wederhouden : zij raadpleegde- de
oude mannen van Jeruzalem; men antwoordde haar,
dat, zoo zij het graf van den Zaligmaker konde ontdek-
ken , zij ook zekerlijk de werktuigen, waarmede Hi|
ter dood was gebragt, zoude vinden.. In. de daad, hot
was bij de Joden de gewoonte, om bij het ligchaam van
eenen ter dood veroordeelden persoon alles tc begraven,
wat tot de uitvoering van zijn vonnis gediend had..
De keizerin liet terstond den heidenschen tempel afbre-
ken, men ruimde de plaats op, en men begon te graven..
Eindelijk vond men het uitgehouwen heilig graf. Bij het
graf waren drie kruisen, alsmede het opschrift, hetwelk
aan dat van Jesus Christus was vastgenageld geweesL;
maar afzonderlijk van de kruisen, en de nagelen, die
het heilige Ligchaam van Jesus Christus doorboord had-
den. Nu kwam het er maar op aan , om onder de krui-
sen dat van den Zaligmaker te onderscheiden. Een le-
vendig geloof vermag alles te verkrijgen: de H. Hei.esa
deed op raad van Macabius, Bisschop van Jeruzalem,
de drie kruisen brengen bij cene vrouw, die sedert lan-
gen tijd eene ongeneesbare ziekte had, men raakte haar
beurtelings met ieder der drie kniisen aan; terwijl mei