Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( "8 )
0)3 liet hij Bisschoppen 'bij zich komen, om hem in de
waarheden van den Christelijken Godsdienst te onderwij-
zen, en hij leide cr eene openbare belijdenis van af.
Niets is zekerder in de geschiedenis dan dit wonderbare
gezigt, hetwelk door Eusebius van Cesareë verhaald, en
door eene menigte schrijvers en door allerlei gedenkteeke-
nen bevestigd is geworden. » Zoo een ander," zegt de
geschiedschrijver, » het ons verhaald had, hij zou werk
gehad hebben om het ons te doen gelooven; maar daar
dé keizer Constantinus zelf ons dit wonder verhaald
heeft, en het ons, die deze geschiedenis schrijven, met
eede bevestigd heeft; zou iemand het dan nog in twijfel
kunnen trekken, voornamelijk, nadat de gebeurtenis de
beloften heeft bewaarheid?" Aldus sprak Eusebiüs in
eenen tijd, dat er nog eene menigte van menschen, die
hij als ooggetuigen van deze daadzaak opnoemt, leefden,
en die hem zouden hebben kunnen logenstaffen.
LV. H O O F D D £ E L.
Zegepraal van den Christelgien Godsdienst,
Toen CoNSTAKTiNus zijnen vijand verslagen had, schreef
hij de eer dezer overwinning aan Jesus Christus toe,
bewees er Hem zijne hulde voor, en hij beylijtigde zich
om Hem in de geheele uitgestrektheid van zijn rijk te
doen heerschen. Daar hij het wezenlijke karakter van den
Christelijken Godsdienst kende, die om zich leerlingen te
verwerven, zich van geene andere middelen dan van de
onderwqzing en overtuiging bedient; wachtte hij zich wel,
om door strenge bevelschriften de gemoederen in opstand
te brengen. Alhoewel hij eenen alkeer van de afgoderij
had; dacht hij nogtans zijnen onderdanen in het stuk
van den Godsdienst eene zekere vrijheid te moeten over-
laten; dat het, tot dus verre, genoeg was den waren
Godsdienst te beschermen, en dien in staat te stellen, om
zijne vganden door de wijsheid zijner geloofsstukken, en
door de zuiverheid zijner zedeleer te beschamen: hij ge-