Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( )
werd; men sJortte ïn zijne wonden kokende olie, pek,
en gesmolten vet. Eindelijk hield me;i brandende fak-
kels tegen zijn ligchaam. Üe wreedheid der menschen
heeft nooit zoo zware pijnigingen uitgedacht als degene ,
waarmede de Martelaren van Jesus Chhistüs gefolterd
zijn. Vabus , woedend, omdat Quiutinus, ondanks al
die folteringen, niet ophield, den Heer te loven; deed
hem den mond vullen met kalk en azijn; daarop gaf hij
bevel om hem in ketenen te sluiten, en naar de hoofd»
stad van Vermandois te brengen, waar hij zich heen
moest begeven. De Voorzienigheid had den li. IMartelaar
bestemd om de Beschermheilige van die stad te zijn,,
die naar zijnen naam genoemd is. Varus, daar geko-
men, deed eene laatste poging om hem te winnen; maar
vruchteloos. Ziende, dat de Heilige nieuwe krachten
scheen te ontleenen uit zijne folteringen, gaf hij zich
geheel aan zijne verwoedheid over. Op zijn bevel door»
stak men den Heilige met twee ijzeren spiesen van den
hafs af door zijne dijen. Men stak hem elzen tusschen
de nagelen en het vleesch zijner vingers. Daar de Hei-
lige na deze zoo verschrikkelijke foltering nog leefde be-
val de regter eindelijk, hem te onthoofden. Quintinus,
ter plaatse, alwaar het vonnis moest ten uitvoer gebragt
worden, gekomen, verkreeg van zijne beulen een weinig
tijds om te bidden. Zoodra hij het gebed geeindigd had,
keerde hg zich tot hen, en zeide hun: » Ik ben gereed,
doet wat u bevolen is," Zij sloegen hem het hoofd af,
en wierpen het met het ligchaam in de rivier de Somme;
maar God liet niet toe, dat de overblijfselen van eenen
zoo vermaarden Martelaar onvereerd bleven. Eene Chris-
ten mevrouw, Eusebia genaamd, vond het ligchaam, en
begroef het op eenen nabij gelegenen heuvel. Het ver-
haal van dezen marteldood is beschreven geworden door
«enen schrgyer, die er zelf bg tegenwoordig geweest is.