Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( )
ger, en de zoon van den raadsheer Zenov." De prefekt
zeide hem vervolgens; » Hoe, daar gij van zoo een edel
geslacht zgt, hoe hebt gij u dan door die dwaze bgge-
loovigheden laten innemen?" Qointikus antwoordde: » de
verhevenste adeldom bestaat in God te kennen, en zijne
geboden getrouwelijk te onderhouden. Wat den naam
van bijgeloovigheid aangaat, dien gij aan den Christelij-
ken Godsdienst geeft, die komt denzelven niet toe; omdat
hg tot het opperste goed geleidt; omdat hij den waren
God leert kennen, en zijnen Zoon Jesus Christus, door
wien alle dingen gemaakt zijn, en die in alles aan zij-
nen Vader gelijk is."—a Zoo gij niet op het oogenblik
den goden offert," vervolgde de prefekt, b dan bezweer
ik u bij onze goden en godinnen, dat ik u door de
wreedste folteringen zal doen ter dood brengen." — d En
ik," zegt Qüintincs , b ik beloof u, bij den Heer mg-
nen God , dat ik niet zal doen hetgene , wat gg mij be-
veelt : ik vrees uwe bedreigingen niet meer dan uwe
goden." De tiran begon met hem wreedelgk te laten
geeselen; daarna gaf hij bevel om hem in eenen naau-
wen kerker op te sluiten. Een Engel kwam bij hem , en
beval hem om het volk te gaan onderwijzen. Hij ging
zonder eenige hindernis uit den kerker, begaf zich uaar
de markt, en predikte. Het aanzien van dit wonder,
en hetgene, wat hij voor Jesus Christus geleden had,
zetten zijnen woorden zoo veel kracht bg, dat bij bij-
na zes honderd menschen bekeerde. Zijne wachten zel-
ve, overtuigd van zijne wonderbare verlossing, geloofden
in Jesus Christus. De H. Quistinus verscheen voor de
tweedemaal voor den prefekt, die hem door vleijende
beloften trachtte te winnen. Daar deze zoo vruchleiocs
waren als zijne bedreigingen, nam die tiran wederom
zijne toevlugt tot nieuwe folteringen, om de standvastig-
heid van den H. Martelaar te overwinnen: hij deed zijn
ligchaam door middel van katrollen, op eene zoo gewel-
dige wijze uitrekken, dat al zjjne ledematen uit het lid
geraakten , vervolgens werd zijn ligchaam zoo zeer met
ijzeren keienen geslagen, dat het gansch verscheurd