Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
C .OJ }
meinen. De [leidenen verwonderden zich over het on»
heil van Valeriakus; maar de Christenen erkenden'er
de hand Gods in, die zoo hiliijk het hoofd van eene.'i
vorst raakte, die hen wreedaardig vervolgd had. Het
rijk werd toen in de vreesselijkste rampen gedompeld
harhaarsche volken verspreidden zich in al deszelfs provin.
ciën; de Gotten liepen Thraciê en Macedonië af, cn
lieten door geheel Griekenland de sporen hunner woede
achter; de Germanen trokken de Alpen- over, en dron-
gen in Italië door tot aan Ravenna; anderen vielen iü
de Gaulen, en kwamen tot in Spanje; Sarmaten
verwoestten Pannonië ; de Partiiers drongen tot in-Sjrje
door: geheel het rijk door waren er burgeroorlogen, eü
men rekende tot dertig tirannen toe, die zich toen allen
llomeinsche keizers noemden. Er lieten zich sterke aard-
bevingen gevoelen, en de zee, buiten hare oevers ge-
dreven , overstroomde vele steden. Op al deze rampen
volgde nog de pest; zij was te Rome zoo hevig , dat ec
dikwijls op eenen dag vele duizenden menschen sfierveit-
Te Alexandrië was zij niet minder woedende: » Het
was," zegt de H. Dionusius, Bisschop dier groote stad ,
j) eene algemeene rouw, er was geen huis ofer werd een
of ander doode beweend; de stad weergalmde vau vvee-
klagten." De H. Bisschop voegt et bg, dat deze ziekte
voor de Heidenen de gruwzaamste van al de rampein
was, en voor de Christenen eene gelegenheid om d«
helddadigste liefde-werken uit te oefenen : zij waren de
eenigste, die den moed hadden om den zieken te hulp te
komen. » De meesten onzer broeders," zegt hij,, a he's.
ben zich zelven niet ontzien; zg zijn de zieken gaan be-
zoeken, hebben hen getroost; zij hebben hen edelmoe-
dig opgepast; zij lieten zich niet afschrikken door het
gevaar van zich de ziekte op den hals te halen; zou
dat er velen gestorven zijn door anderen te geneien.
Vele Priesters, Diakenen en deugdzame leeken hebben
aldus hun leven opgeofferd; maar zij die overbli|ven,
veryangon hunne plaats, en gaan voort raet den ziekfn
f 5