Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( lOl )
voor eene Iiemelsche klaarheid: een sfraal van den Hei»
ligen Geest verlichtte deze donkere woning, en deed het
licht in de duisternissen opgaan, 's Anderdaags tegen
den avond werden wij eensklaps door de soldaten weg-
gehaald, en naar het paleis gebragt om verhoord fe wor-
den. O gelukige dag! o hoe ligt schenen ons de kete-
nen, die wg dBoegen ! De landvoogd stelde ons vc!?^
vragen voor, waarbij hij bedreigingen en beloften voeg;-
de. Onze antwoorden waren bescheiden, maar stand-
vastig , grootmoedig en christelijk; eindelgk, gingen wij
als overwinnaars van den duivel uit het verhoor. Men
zond ons weder naar de gevangenis, en wij maakten
ons aldaar tot eenen nieuwen strijd bereid. Het ergste ,
wat wig moesten uitstaan^ was de honger en de dorst;
want nadat men ons den geheelen dag door had laten
arbeiden, weigerde men ons alles, tot een weinig watei*
toe. God -zelf vertroostte ons, door ons in een gezigt
kenbaar te maken, dat ons lijden nog maar eenige da-
gen zoude duren, en dat iïij ons niet zoude verlaten:
Hg deed ons ook eenige verfrissching toekomen door deu
dienst van twee Christenen, die het gelukte ons dezelve
te bezorgen. Deze bijstand verkwikte ons een weinig:
onze zieken werden hersteld; wij vergaten weldra on-
ze vermoeidheden, en wij loofden Gods barmhartig-
heid; die zich gewaardigd had, onze ellenden te ver-
zachten, Hetgene, wat veel medehelpt om ons te onder-
steunen , en om ons te vertroosten , is de inwendige
eensgezindheid, die wg onder elkander hebben; wi]
hebben alle maar eenen geest, die ons in het gebed eu
in onze zamenspraken vereenigt. Gij weet het, niets is
aangenamer, dan deze broederlijke liefde, die aan God
zoo behagelijk is, en waarmede-men alles van Hem ver-
krijgt, waarom men bidt, volgens dit zoo troostelrjke
woord van Jesus Christus : zoo twee personen op aarde,
vereenigd zgn om iets yaji mijnen Vader te \>ragen ^ zoo
zullen zij het zekerlijk parkringen, Eindelijk liet de land-
voogd hm op nieuw voor zijne vierschaar dagvaarden,
Zg verklaarden allen openlijk , dat zg bij hunne eerste