Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 100 ) I
beval hij, dal men zorg zoude dragen, om haar buiten
alle gevaar te brengen, üp de plaats, waar hij zqn
vonnis moest ondergaan, gekomen, ging hij met zijn aan-
gezigt plat op de aarde liggen, en deed een vurig gebed.
Toen hij het gebed geeindigd had, deed hij zijnen man-
tel af, en trok zijn kleed uit, hetwelk hij aan zijne
Diakenen gaf; ver\olgens nam hij den doek om zijne
oogen fe binden, en daar hij moeite had om hem van i
achteren vast te knoopen, bewezen hem een Priester, .
en een Diaken dezen dienst. Hierop kwam de beul, en p
de H. Martelaar deed hem vijf en twintig gouden kroo- (
nen geven; daarna ging hij knielen, en de handen kruis- ü
wijs op zgne borst leggende, wachtte hij den slag af,
die hem uit dit leven tot de heerlijke onsterfelijkheid
jnoest overbrengen. De Geloovigen ontvingen zijn bloed
in doeken, die zij rondom hem gespreid hadden, eer
bij onthoofd werd, en zij bewaarden dit kostbare oyer-
Llgfsel met eene godvruchtige eerbiedigheid. ^
XLIII. HOOFDDEEL.
Vervolg van de vervolging in Afrika.
De vervolging was door den dood van den H. Ciipri- i
ANUS niet gestild , er waren nog eenige maanden daarna
eene menigte van Martelaren. De vermaardste waren de i
H. Montantjs en zgne medegezellen, acht in getal. Wg
Lebben nog het verhaal van hun marteldom, door hen
toelven in de gevangenis begonnen, en door eenen oogge-
tuige voleindigd. Zie, hoe zij zich iiitdrukken: » Toen'
men ons gevat had, vernamen wij, dat de landvoogd ons;
moest veroordeelen om levend verbrand te worden , en;
dat dit vonnis 's anderdaags moest ten uitvoer gebragt!
worden; maar God, die het hart der regters in de hand'
beeft, liet niet toe, dat men ons die soort van folteringeni
aandeed. De landyoogd veranderde van besluit, en men;
bragt ons weder naar de gevangenis. Die plaats had
voat ons niets verschrikkelijks; hare duisterheid verdween