Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
f 98 )
met geweld uitbrak. Paternus, Phoconsui, vani^rii-a,
iiet hem voor zijne vierschaar brengen. » De keizer be-
veelt mij," zeide hg hem, » om door al zgne onderdanen
den Godsdienst, dien hg zelf belijdt, te doen belijden :
wie zijt gg?'' De H. Disschop antwoordde hem: « Ik ben
een Christen, en een Bisschop , ik ken niet dan eenen
waren God, die Hemel en aarde geschapen heeft. Het
is die God, dien wij dienen, en dien wrj bijzonderlijk
hidden voor het welzijn der keizers," » Ik wil weten,"
vervolgde de Proconsul, « wie de Priesters zijn, die tot
uwe Kerk behooren." » Ik kan hen u niet openbaren
voerde hem de H. Cijpriancs te gemoet; » uwe eigene
wetten zelve veroordeelen de aanbrengers." Na nog eeni-
ge andere vragen, waarop de H. Bisschop even kloek-
moedig antwoordde, zond de Proconsul hem in balling-
schap naar Curuba, eene kleine stad gelegen op de kust
van Afrika , die niet verre van Karthago was. Vele Bis-
schoppen van Afrika, eene groote menigte van Priesters
■werden ter zelfder tijd gebannen, en in woeste plaatsen
verspreid, alwaar zij duizenden ongemakken te lijden
liadden. De H. Cijprianus vertroostte hen door eenen
brief, wien men niet kan lezen, zonder eene vonk van
het goddelgke vuur, hetwelk in zijn hart brandde, te
ontwaren, en hetwelk hem zijn geluk deed stellen in voor
Jesus Christus te Igden. Hij bleef een geheel jaar lang
op de plaats van zgne ballingschap; en werd vervolgens
naar Karthago terug gebragt, om er door den nieuwen
Proconsul , die op Paternus gevolgd was, geoordeeld
te worden. De vervolging was met meerder hevigheid
weder losgebroken, en het bevelschrift van den keizer
Valerianus hield in, dat de Bisschoppen, de Priesters
en de Diakenen op staanden voet moesten ter dood ge-
bragt worden. De H, Cijprianus werd onder de waak-
zaamheid van eenen hoofdman der garde gesteld, die
in eene voorstad van Karthago woonde. Zgne vrienden
hadden vrijen toegang om hem te bezoeken , en al het
volk liep er henen. De Christenen, vreezende, dat men
hem 'stiachts zoude ter dood brengen, bieren den gehce?