Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 94 ) I
zijne troepen te onderhouden." De II. Latjrentius ant-
woordde : «Ik heken, dat onze Kerk rijk is, en dat de
keizer zoodanige kostbare schatten niet heeft. Ik zal er u
een groot gedeelte van laten zien; sta mij maar toe om al-
les wel te regelen." De prefekt begreep niet, van wel-
ke rijkdommen men hem sprak; hij gaf hem drie dagen
uilsle!. In dien tusschen lijd doorliep de H. Diaken de
geheele stad, om al de armen die de Kerk onderhield,
bijeen fe roepen, vervolgens ging hij den prefekt zeg-
gen , dat alles nu geregeld was. De prefekt volgde hem ,
en dien hoop van blinden, kreupelen , lammen, in plaats
van die kostbare vaten, die hij dacht te vinden , zien-
de , zag hij den H. Aartsdiaken met een bedreigend
gezigt aan. » Waarover belgt gij u," zeide hem de H.
J.AüBENTitrs? n het goud is niet dan een slecht metaal,
hetwelk veel kwaad in de wereld brengt; het waarach-
fige goud is de goddelijke verlichtiüg, welke deze arme
menschen verlicht; deze zijn de schatten, die ik u be-
loofd had te doen zien:" — » Steekt gij alzoo den spot
met mij," zeide hem de prefekt al woedende ï »ik weet,
dat de Christenen er eene eer in stellen om den dood
Ie verachten; maar denk niet, dat ik u schielijk ter
dood zal laten brengen, ik zal u lang laten folteren,
en gij zult in langdurige pijnen langzaam sterven." In
de daad, men begon eerst met zijn ligchaam door gee-
selslagen te verhakkelen; daarna zette men eenen ijze*
ren rooster op gloeijende kolen, en men bond den H,
Martelaar op dien rootter vast, op zulke wijze, dat het
vuur langzamerhand door zijn vleesch drong. Maar het
vuur der liefde, waarvan zijn hart brandde, was ster-
ker , dan het vuur, hetwelk zijn ligchaam verbrandde ,
cn maakte hem voor deze foltering als ongevoelig: hij
hield zich niet bezig dan met de wet des Heeren, en
zijne pijnen werden voor hem eene ware verfrissching.
Nadat hg langen tijd deze vreesselgke foltering had uit-
gestaan, zeide hg met gelatenheid tot den regter: »Mijni
ligchaam is aan dezen kant genoeg gebraden; keer het|
naar den anderen kant om.", En eenige oogenblikken: