Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 93 }
XL. HOOFDDEEL.
Achtste vervolging onder den Keizer Fdi^BitlAttVs,
Het Jaar 2Ó7.
De vervolging, die een weinig verminderd was, begon
weder onder den keizer Valerianus. De vorst was aan-
gehitst tegen de Christenen door eenen van zijne bedie»
daars, die hen haatte, en die hem overreedde, dat hij,
om in het oorlog, hetwelk hij toen voerde, gelukkig te
zijn, het Christendom moest vernietigen. Met dit oog-
merk gaf hij bevelschriften uit, waardoor een groot ge-
tal Christenen de eer van het Marteldom verkregen. De
vermaardste dezer Martelaren was de H. Laubentius,
Aartsdiaken van de Kerk te Rome, Toen men den H.
Paus SixTus, die hem tot Diaken verheven had, ter dood
leidde, volgde de H Laubentius, die ook van begeerte
brandde om zijn leven voor Jesus Curihtus te geven ,
al weenende hem na, en zeide hem: » Waar gaat gq
henen, vader! buiten uwen zoon? Waar gaat gij henen,
H. Bisschop! zonder uwen dienaarï" De H. Sixtu»
antwoordde hem: n Mijn zoon! een grooter strijd is voor
n weggelegd: binnen drie dagen zult gij mij volgen."
üe H, Diaken, door deze woorden getroost, maakte zich
bereid tot den Marteldood, en haastte zich om al het
geld, hetwelk hij in handen had, aan de armen uit te
(leelen; want het waren toen de Diakenen, die de goe-
deren van de Kerk uitdeelden. De prefekt van Rome,
onderrigt, dat de Kerk vele rijkdommen bezat, wilde er
zich meester van maken, hij liet den H. Diaken, wien
zij in bewaring waren toebetrouwd, bij zich roepen,
en zeide hem: » Gij Christenen, gij klaagt", dat men u
streng behandelt; maar het is mij niet te doen om u op
de folterbank te brengen. Ik vraag u met zachtzinnig-
heid hetgene, wat gij geven kunt. Ik weet, dat gij gou-
den en zilveren vaten hebt voor uwe offeranden: geef
mq die schatten over, de keizer heeft die noodig om