Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 9» )
's anderdaags zou gevangen genomen worden. Tersfond
sloeg hij zich een keten om den hals, om den vervolgers
te toonen, dat hij bereid was om te lijden, en ingeval
men hem naar den tempel der afgoden bragt, om aan
de aanschouwers fe doen zien, dat het door geweld, en
niet met zijnen vrijen wil geschiedde. Men kwam in de
daad 's anderdaags; en de ambtman, die hem kwam ha-
len, vraagde hem of hij de bevelen van den keizer wel
wiste? VVg zgn niet onkundig, antwoordde de H, Pries-
ter, dat er een gebod is, hetwelk ons verpligt om eenen
eenigen God aan te bidden. Kom naar de markt, zeide
de ambtman, en gij zult het bevelschrift van den keizer
zien, die beveelt aan de goden te offeren. Toen zij er
naar toe gingen, volgde hen eene groote menigte
Heidenen' en Joden. De H. Pion hield eene lange
aanspraak aan dat volk, hetwelk hera met aandacht
aanhoorde. Toen hij op het einde van deze aanspraak
verklaard had, dat hij nog hunne goden, noch hun-
ne beelden, zoude aanbidden , beproefde men om
hem van besluit te doen veranderen: n Laat u overha-
len," zeiden zij, n een man van uwe verdiensten is
waardig te leven : geloof ons; het leven is zoo zoet." —
» Ongetwijfeld ," hervatte de H. Martelaar, n het leven
is een geschenk; en een Christen veracht het niet, maar
wij verlangen naar een ander leven, hetwelk beter dan
dit leven is : ik bedank u voor de genegenheid , die gij
mij bewgsf; maar ik vrees, dat er bedrog onder schuilt.
Een openbare haaf schaat minder dan bedriegelijke
vleijergen." Toen sprak hg" den regter aan , en zei-
de hem: » zoo gij lust hebt om mij over fe halen
of om mg te straffen, zoo straf mij dan, want gij zult
mij niet overhalen." INa vele vragen, waarop de H.
Priester met kloekmoedigheid antwoordde, maakte de
regte? een begin met zijn proces, en begon hem gereg-
telgk fe ondervragen, opdat alles bij de aankomst van
den Proconsoi,, dien men binnen weinige dagen ver-
wachtte, in gereedheid zoude zijn. Toen de Proconsui.
te Smirna was aangekomen, liet hij den H. Pion voor