Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 87 ) I
XXXVII. HOOFDDEEL.
Zesde vervolging onder den Keizer Maxiuihüs,
Het Jaar 235.
Men liet gedurende den loop van vier en twintig jaren
de Christenen met vrede. De kei^;ers die op Severus
volgden, vervolgden hen niet. Alexander was hun zelfs
gunstig; hij eerde Jesus Christus als een zijner goden ,
en hij had zijne beeldtenis geplaatst in eene soort van
huiskapel; hg had zelfs het voornemen gemaakt om Hem
plegtig door den senaat onder het getal der goden te
doen plaatsen. Deze vorst had een bijzonder vergenoe-
gen in deze leer, welke hij van de Christenen geleerd
had: üoet niet aan anderen, wat gij niet wilt, dat men
u doet. Hij deed het in zijn paleis uithouwen , en als
hij eenen misdadiger ter dood had veroordeeld , liet hij het
langs de straten door eenen wapendrager uitroepen. De-
ze gunstige gesteltenis van Alexander voor de Christen
nen was voor Maxiiiinus, zijnen opvolger, eene reden
om hen te vervolgen. Deze vorst, die len anderen van
eenen woesten aard was, gaf nieuwe bevelschriften te-
gen hen uit. Men is van meening, dat een Christen
soldaat er aanleiding toe heeft gegeven door eene daad ,
die veel opziens baarde: toen men Maximinus als kei-
zer uitriep, gaf deze vorst, zoo als het de gewoonte
was, eenige geschenken aan de troepen. Ieder soldaat
moest zich voor den nieuwen keizer verloonen met eene
laurierkroon op zijn hoofd: er kwam er een blootshoofds,
die de kroon in zijne hand hield. Hij was al voorbij
gegaan zonder dat de bevelhebber het gemerkt Iiad,
toen het gemor zgner wapenbroeders hem er, opmerk-
zaam op maakte. Deze oßicier vraagde den soldaat,
waarom hij niet gelijk de andere, de kroon op zijn
hoofd droeg? Het is, antwoordde de soldaat, omdat ik
Christen ben, en dat mijn Godsdienst mij niet toelaat
om uwe kfoonen te dragen. (Hij zag het aan als een