Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
I
HI"-!-'
( »4 )
kunnen ondernemen oin het Heelal te hekeeren; zor» zij
zich niet door eene goddelijke kracht ondersteund hadden
gevoeld '( Hoe zouden de volken op hunne prediking ,
hunne oude gewoonten hebben willen afleggen, ora eene
tegenovergestelde leer te volgen, zoo zg niet door eene
buitengewone magt en door wonderbare daden waren
bekeerd geworden r"
XXXVI. HOOFDDEEL.
Vervolg van het verdedigschrift van O/i/OEyEs.
Origenes bewijst vervolgens de goddelijkheid van den
Christelijken Godsdienst, door de wonderbare verande-
ring die hij te weeg brengt in degene, die denzelven
omhelzen. « Het groote uitwerksel der prediking van
het Evangelie," zegt hij, » is de hervorming der zeden.
Zoo iemand honderd personen van de ondeugd der on-
kuischheid genezen had, zou men moeite hebben om te
gelooven , dat er niets bovennatuurlijks in dien mensch
was: wat moet men dan denken van eene zoo groote
menigte Christenen , die, sedert dat zij deze leer hebbea
aangenomen, andere menschen zijn geworden, de vol-
maakte kuischheid onderhoudende, en dat in al de Pro-
vinciën van het rijk? De grondstellingen der Christenen
verhefFen hen zeer boven degene, die geene Christenea
zijn: een Christen bedwingt zijne hevigste hartstogten
met oogmerk om aan God te behagen; in plaats dat de
Heidenen zich in de schandelgkste wellusten baden,
zonder dat zij er zich over schamen, en te midden der
ongeregeldheden beweren zij nog het karakter van eenen
eerbaren man te behouden. De minst onderwezene Chris-
ten heeft een oneindig beter denkbeeld van de vcrhe.
venheid en van de volkomenheid der kuischheid , dan on-
der de Heidenen de wgsgeeren, de vestaalsche nonnen,
en de geregeldste priesters. Niemand i» er onder ons
met deze liederlijkheden bezoedeld, of zoo er iemand
zoodanig bevonden wordt, behoort hg niet tot degene.
sm