Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 82 )
Origenes , d om Jesus Christus na te volgen , die voor j
zgne regters een diep stilzwijgen hield, en die de laste
ringen van zgne vganden niet beantwoordde, dan door
zijn heilig leven, en door zijne schitterende wonder-l
werken: alzoo zou men het als onnuttig kunnen aan-
zien om de lasteringen te wederleggen, welke hooze
menschen niet ophouden, tegen Hem uit te strooijen,
omdat Hg zich genoegzaam verdedigt door de ware deugd
zgner waarachtige leerlingen, welker roem alle uitge-
strooide lasteringen logenstraft: ik schrijf dus niet voor
de ware Geloovigen, voor deze is eene verdediging over-
tollig; maar ik schrgf voor de ongeloovigen, voor wie
deze verhandeling nuttig kan zijn." Nadat hij de bij-
zondere tegenbedenkingen van Celsus had wederlegd,
stelt hij onverwinlijk de waarheid van den Christelijken
Godsdienst voor door daadzaken, die onmogelijk kunnen
tegengesproken worden, door de Profeten, die Jesus
Christus in hunne voorzeggingen hebben aangekondigd,
door zgne wonderwerken, en door de goede zeden zij-
ner leerlingen, b Wat de Profeten betreft," zegt hij,
D het is billgk, dat men aan de boeken der Joden
geloof sla, zoo wel als aan die van andere volken,
men kan hunne oudheid niet in twgfel trekken, zool
men op de bewgzen acht geeft, die er Flavius Josephus (
en Tatianus van geven, welW gezag van een groot
gewigt is." Obigenes haalt al de profetiën aan , die de
geboorte, het Igden, den dood, en al de omstandighe-
'den der komst van Jesus Christus duidelijk voorzegd
hebben. Hg merkt op, dat de Joden, sedert de komst van
Jesus Christus, geene voorzeggingen der Profeten, noch
wonderen, noch eenig teeken van de goddelgke bescher-
ming meer hebben, zoo als men zulks hg de Christenen
ziet. Wat de wonderen betreft, Celsus loochende niet,
dat Jesus Christus wonderen gedaan had; maar hij
schreef die aan de tooverkunst toe. Origenes antwoordt
hierop: » Dat er zekere middelen zijn om de toover-r
kunst te onderscheiden van de waarachtige wonderwer- •
ken Gods, Deze middelen bestaan hierin om de zeden i
êÜ^ÊÊ