Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 78 ) I
Pehpetua op, smeet haar met geweld om hoog, en zg
viel op hare lenden neder: Pebpetua stond op, bond ha-
re haren bijeen : (want loshangende haren waren een tee-
ken van droefheid, en dit wilde zg op den dag van hare
zegepraal niet geven ;) zij zag Felicitas , die door de koe
ook was aangevallen, en die, vol wonden, op den grond
in het zand uitgestrekt lag, zij gaf haar de hand, en
hielp haar om op te staan. Felicitas had, alsof zij in
eenen diepen slaap was geweest, tot dus verre niet ge^
merkt, wat er met haar gebeurd was, vraagde: »Wan-
neer zal men ons dan nu aan de woede van die koe
blootstellen?" Om haar te overtuigen, dat zij al veel
geleden had , moest men haar hare verscheurde kleede-
ren en de wonden, die zg gekregen had, toonen. Toen
eenen Catechumenus (*), met name Rusticus , ontdek-
kende, verzocht zij hem, haren broeder Satdhus te roe-
pen ; en toen zij beide bij haar gekomen waren, wekte
zg hen op, om in het Geloof standvastig te blgven. Sa-,
turüs , die onder eene der gallerijen van het Amphithea-
ter gegaan was, zeide aan den cipier' Pudens , die zich
tot het Geloof bekeerd had: » Had ik u niet gezegd, dat
de eerste beesten mg geen kwaad zouden doen, en dat ik
door de tanden van een luipaard zoude sterven?" Een
oogenblik daarna voor de derdemaal aan de woedende
beesten blootgesteld, kwam een luipaard op hem toeschie-
ten , en bragt hem door eene enkele beet zoo groote
wonde toe , dat hg in zgn bloed zwom. Het volk schreeuw-
de : zie hij wordt nog eens gedoopt. Toen sloeg Saturus
zijne oogen naar Pudens, en zeide tot hem: » Adieu,
mgn lieve vriend! gedenk aan mijn Geloof, en volg het
na: Iaat mgn dood n niet verschrikken, maar u aanmoe-
digen om te lijden." Daarop vraagde iiij den cipier ora
den ring, dien hij aan zijnen vinger droeg, en hem in
zijn bloed gedoopt hebbende, gaf hij dien aan hem terug
als een onderpand van zgne trouw en van zijne vriend-
(*) Eea Catechumenus is een persoon , die ia het Cliristen-
teadom onderweieu wordt, om gedoopt te worden.
m