Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
CAY.
CEN.
67
Cavl'lingly, kibSclachtigUjk, adv,
Caviiy, hoJli^hoid, ƒ.
CVtt^. darmnet, n ; the cattlof o
wkig, het netje van eenw* pruik.
CauUrtm, kesel, «2.
To caulk a piip ,cen fchip brceu
wen, werUin de reten van een
fchip kloppen, v.
Cautkitig.^ breeuwing, ƒ,
Cc.ufe, oorzank, reden , zaak, ƒ
S'ii(iUcau/e^ geringe oorzaak, beu
zelmg ; for what cauf. ? waar-
om ? om wat reden? for this
cauCe, daarom;_^r many caujes y
om vele redenen.
Tocaufe, veroorzaken, uitwerken,
maken, doen, verwekken , v.
to caufe forrow , droefheid ver-
oorzaken ; to caufe jïsep, flaap
verwekken; he caufed hun to
read, hij deed hem lezen.
CaufelesJ, grondeloos; zonder
reden.
Caufer, veroorzaker, m,
Caufey, ftraatweg, w.
Caufing , veroorzakend , adj,
Cit/ffick, brandend, adj,
Cauftick , een Hithij'end middel.
Cüutel, arglistigheid, loosheid . ƒ
To cauteiize, inbranden , fchroei-
jen, V.
Cautery, brandijzer, fchroei-
ijzer, n,
Caution, omzigdgheid, borging,
voorzorg, zorgvuldigheid, f
Cautionary, verpand , adj,
Cautious, zorgvuldig, voorzlg
tig, adj. lijk, adv.
Cant oufnefs ^ voorzigtigheid, f '.
Cnynan , kaaiman, krokodil, f72.
Toceafe, ophouden, aflaten. Ha-
ken, uitfcheiden, v,; tn ceafe
from forrow, ophouden yan
droevig te zijn ; to ceafe Jrom
weepirg, aflaten van weenen ;
to ccaje from wickednefs , flf
paan van goddeloosheid; t
cenfe from wurk, uit het werk
fcheiden ; to ceafe for a tim'e .
vnor eeoe wijl ophouden, op
f^'hortcu.
inthout ceaftn^, zonder ophou*
den, onopiioudelijk, adv,
Cec'tyt blindheid, f.
Cedar tree , cederboom, m.
Celandine, gouw-wortel.
Great celandine, zwaluwkruid , n,
ÏAUle celandine, fpeelkruid, n,
Celaturs, de graveerkunst, f,
To celebrate , vermaard makcu,
loven, prijzen, vieren, v.
Cele nating , celebration , ver«
maardmakirg, piij/ing, vie-
ring, plegtigheid, f,
Celebrioui, vc maard, befaamd,
adj.
Celebrity, roem, vermaardheid , ƒ.
Celerity, fpoed, m, üielheid,/.
haast, m.
Celery, /elderij, ƒ.
Celeflial, hemelsch, adj.
Celibate, celibacy, dQ ongehuwde
(laat.
Cell, cel, f.
Cellar, kelder, m.
Cellarage, keldering, ƒ.
Cellar ijl, keldermeester,
\Celfitude, hoogheid , ƒ.
^Cement , ft.enkalk , cement ,
tras , ƒ.
To cement, cementeren, hech.
ten, V,
Ccmttery, kerkhof, n.
Cenotaph, gedcnkgraf, n.
To cenfe, berooken, wierooken ,
V,
Cenfer, wierookvat, n,
CerfforybexSs^QT, boek-keurder, w.
Cenjorivus, berispachtig, fcherp,
adj,
Cenfure , beHrnffing, berisping, ƒ.
toets, w. oordeel, n.
To cenfure, beftraffen, berispen,
bedillen, oordeelen, keuren, v,
Cenfuring, berisping,/.
Cent; als, fix per cent, zes ten
honderd.
Centaur., menschpaard, paard-
inensch , n.
Center, het middelpunt, n,
To center, palen, eindigen, y,
To centre, vestigen, y.