Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
■5»
^.OAi-
BUR.
lleuccls.
Bunck'bacMy gebulc , adj.
To bunch out, uitpuilen, uitwij
ken, V.
Bunchedy ^f/nc/iy,bultig, bultach
tig . adx*
Bunchnefs, bulcigheid, f.
Bundle, bundel. m. pak, n.bos. nu
Bundle-wife, in eenen bondel,
bosgewijze.
To bundle op, oppakken, zamcn-
bindcn, v.
Bung, prop, m. fpond, /. flop
fel, n,
Bun^'hole, bomgat, fpondgat, «.
To hung up, or (lop wiih a bung ,
met eenen prop of fpond toe-
ftoppen, V.
Bungle, broddelwerk, knoei
werk, n.
To bungle, broddelen, knoeijen, v.
Bungler, broddelaar, knoeijer, m,
Bunglingly, broddelachtig, ady.
The bunt of fail, de bogt van
een zeil.
To Bunt out, uitzwellen.
^»«wf, eene geraeene flons,/.
vuil wijf, n.
Buntings leeuwerik, m.
Buoy, boei, ĥ
To 'Buoy tp 9 opvoeren, v.; toBuo)
up a fhip, een fcbipopboeijen ;
to Buoy one up y iemand onJer
ftutten.
Bur, klisfe (plant)/.
Burden,\%ii,m.pak,n.vracht/.; to
carry a burden, een pak dra-
gen , eene vracht krui jen; a beaji
of burden, een lastbeest; M«
burden in a fong , llotvers , n.
To burden^ Iaden, beladen, be
zwaren, to burden the eon
fciencey het gemoed bezwaren.
Burdener, belader, belaster, m
Burdenfome, Iastig,moeijelijk, adj
Burgamot, bergamot; foort van
peer.
Burqanet, helm, m.
Burgeon, bot, fpruit, f.
To burgeon, botten, uitfpruiten, y.
Burgefs^ burger, poorter, tn.
BÜR.
57
Burghetfhipi burgerfchap, pooi»
terfchap, burger-regt, n.
Burglar, dief, huisbreker, m»
Burglary , huisbraak, f*
Burial, begrafenis , f.; burying
place 9 begraafplaats; buriai^
duties , lijkpligten.
Bttiiable, begrafelijk, adu
Burier, begraver, m*
Burin, graveerijzer , n.
To burl, droog-fcberen, v.
Burier^ droogfcheerder, m.
Burlcjque^y boertig , kluchtig, adjm
BurUjque Jlyle, boertige llijl.
To bu7lefqueonc,iQmtnfX beiagche»
lijk maken, v.
Burlyi grof, dik, vet, adj.
To burn, branden, verbranden,
brandmerken, y,; to burn one*s
felf,z\ch branden; to burn away ^
gansch verbranden, weg-bran-
den.
Bun.er, brander, brandmerker,
verbrander, m.
Burnet, pimpernel, f,
Btirning, brand, verbranding,
branding, f.; thé meat Jmels of
burning, h.t vleesch riekt aan«
gebrand; a burning coal, een
brandende kool, gloeijende
kool, kool vuurs.
To bttrnifb, bruineren, polijsten,
gladwrijven, v.
Burnifker^ bruineerder, polijs-
ter, m.
Burnijhing, bminering , polijs-
ting , gladwrijving, /.
Sun-burnt, door de zon ver-
brand.
Burnt-oferingy brandolTer, n*^
Burr9 kliskruid, n. oorlel.
Burrel^jly, pa arden-hor zei, f.
Bunough , burrow , burg , burgt
m. vlek , fl.
Burrow for conies, konijnen-bol,-
Burjar, penningmeester, ot.
Burfe, beurs, f,
To burjl, barften, y. ; to burfl in
pieces, in Hukken barften.
Burjinefs, breuk , /.
Burliins^^ barftiug, opbarfting,;^
C S