Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
54
BRI.
BR O.
ürimwer, volle roemer, voUertJc.
I.irii.fione, zwavel, fulfer, ƒ.
HriK-flnty, zwavelig, zwavelach-
tig, fulfei-ig, adj,
l'.r'uKied, geftreept, geruit, ad^
Btinr.ice, to dunk a brindice.
iemand toedrinken.
Brtne , pekel, m,
7^0 bring, bengen, halen , v.; brin
we a candle, breng mij eene
Vaars; to bring about, doen ge
fchieden, te weeg brengen; t
brirg his deftgn about, zijn (jog*
merk doen gelukken ; to Iritip
tv light, aan den dag brengen ;
to bring back, terugbren^ien:
to bring in, inbrengen, inwik-
kelen ; to hririg one in guilty^
iemand fchuldig verklaren;
to bring down, beneden bren-
gen, onderbrengen, vernede
ren; to bring forth, voortbren-
gen , te voorfchijn brengen; to
bring forth young ones, baren,
jongen voortbrengen, of wer-
pen ; to bring forth fruit, vrucht
dragen ; to bring on, aanbren
gen; to brirg low, vernede
ren, tot ecnen lagen ftaat bren-
gtn; to brirg under, onder
brengen ; to bring to nothing,
^e^nictisen, te niet doen , ver
ticlgen-; to bring to pafs, te
weeg brengen, doen gefchie
den; to bring of, afbrengen,
ontraden; to hrin^ tip, op
brengen, opvoeden; to bring
ov^r, overbrengen, overhalen:
to bring word again, befcheid
brengen.
fliir.ger, brenger, m.
liringing-back , wederbrenging ;
bringing forth, voortbrenging;
bringing to pafs, volvoering, te
weegbrenging.
Brinf'JJi, briny, pekelig, pekelach-
tig, adj.
Brink, kant, uiterfte rand, m.
i'jrifk, l]uk?ch, wakker, geeftig,
fnel, n?rdig, adj.
lit-fnei, borst vau een dier, ƒ,
Brifk!y , wakkerlijk , blijgcestïg-
lijk, lustiglijk, f;dv.
^Tijkntfs, wakkerheid, bli.igces.
tigheid, vrolijkheid, f.
Briflle, varkensborftcl, f;2.varkens-
haar, n.
So brifile, to jet uf the briflles, de
haren doen rijzen, de borftels
over end zetten,
^rf/?^ , borftclig, ruigharig, adv*
ririfïlir.g, borflelrijzing, ƒ.
Britain , Rrit, m,
BtifJJj, Britsch, adj.
Brittle, broos, brokkelig, brok-
kelachtig, ö../.
Briitlenefs, brooiheid, brokke-
ligheid, ƒ.
Broach, fpit, n,
To brocch, fpeten , y.; to broach a
lie, eene leugen uitventen; to
broach herefy, ketterij verfprei-
den.
Broad, bree d, wijd adj,
Broadncfs, breedte, f.
Broad day light, hoog dag; he
Pept flill vroad day , hij Hiep tot
den klaren dag; at broad toon,
op den vollen middag,
Broadnejs, breedte, wijdte, f.
Broadly , \ brecde,breedclijk,
ady.
Braad-fid", volle laag; to pre a
broad-fide, de voile laag te-
ven.
goud laken, n.
Broek, das, m.
Brocket, tweejarig hertje, n,
Tobroider, borduren, y. a.
Broil, oproer, beroerte,/. ge-
woel, «. ;toraife broils, oproer
verwekken.
To broil, roosten; braden, y.
Broiler, brader, rooster, m.
Broken, gebroken, verbroken;
a broken heart, een gebroken
hart; broken aj under ^ aan twee
ftukkcn gebroken ; broken with
forrow, door droefheid o ver-
ft e]pt ; to fpeak broken Englipi,
gebroken Engelsch fpreken;
breken out, opgeborften,-door-