Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
zee.
ZEU

; zedelijkheid . morali T hali; zeepfop , n, fuds, lather %
ty\ zedemeester, m, teachetX zeepzieder, «./ö^p-wa/tör.
of morality.
Zedig, adj. 3ijk, ady. modeß»
gedifiheid,/. modeßy.
Cee, /. Jea; de groote zee , the
main feat, ler zee , by fea; zee^
baar, waye, billow, [urge-.
zeearm, m, gulf\ zeebaken,
n. beacon at ths Jea-fide; zee
boezem , m. gulf; zeedijk , m.
fea-hank ; zeeengie , ƒ.
firaghzy narrow Cea\ zeege
vecht, n. fea-fisht; zeehaan.
cormorant; zeehaven, ƒ. fea
fort; zeehond, m.ftal; zee
fioern, m. cockle ; zeekaart,
f. fea-map; zeekalf, n. fea
calf; zeekant, ƒ. the fea-fide ;
zeeklip, f. rock in the fea; zee
kompas, a. mariner*j compafs ;
zctVraeh^f.fea lobßer; zee
krijg, m. naval war ; eeeku^t,
ƒ. fea-coaß; zeelieden, pl
feamen ; zeemagt, ƒ, nayal for
tes ; zeemanfchap, ßill in na
yigation; zeemeeuw, J. fea-
mew; zeemonfter, fea men
fier; zeeoever, m. ftafiiore;
zeepaard , n. fea-horj^e; zee
J3^ats, J. fea-town; zeeregt,
ft. 'marine laws; zeereis, f.
voyage ; zeeroof, m. fea booty \
zeeroover , m. pirate; zeeroo-
verij, ƒ. piracy; zeerots, fea
rock; zeefchuimeu, v. to rove
about the fea; zeefchuimer, w,
fea-rcbber; .zeeflag, m. naval
combat; zeertorm, m. ßorm at
fea; zeevaarder, m. naviga*
tor; zeevaart, f. navigation;
zeevoogd , m. admiral; zee-
waarts, ady. towards the fea;
zeewind, nu fea breefe.
Zeel, touw, n. cord,
Seeland, v. Sealand,
Zeelt, f, tench.
Zeem, honigzeem, n. honeycomb.
Zeemleder, n, waßed leather,
Zecmtouwer, m. tanner.
Zeep, ƒ. foap; zeepbal, m, foap
Zeepcn, v. to foap.
Zeer,fli/. fore, painful; zcer
docn , V. to ake, to nun ; zeer,
fupsrl.. as: zeer veel, z-er
hoog, zeer flecht, very much,
very high, very bad.
Zeerigheid, f forenefs, fort, as
ulcers*
Zeeuw, m. Sealander>
Zeeuwsch , adj. Sealandi!Ju
Ziever, m. drivel, fplttle.
Zeeveren , n. to drivel.
Zeeverzaad, rt. wormfecd.
Zege, f. feine, a large fijh-r.eti
zege, overw.nning,»?. yiSloryi
zegeboog , ƒ. triumphal crch ;
zegepraal, m. triamph; zege«»
ftandaard, m. a trophy; zege-
wagen , n. triunHfhan't chariot»
Zegepralen , y. to triumph.
Zegel - m. feal; zegellak, n.feaU
ing-wax; zegolmerk, n. tht
fiamp of a feal; zegelfnijder,
m. engraver of f^^d Is,
Zegelaar, n, fealer.
Zegelen, w» to feal up.
Zegen, helwensch, m. blefftng>
Zegenen', y, to blefs.
Zeggen, v. to fay; men zegt, it is
fcid\ dankzeggen , to fuy grac<:,
Zegger, nt. fayer , teller,
Z^mm, f. fnying.
Zeil, n. fail; zeildoek , rt, ffi\U
cloth; zeilmaker, m, fail-ma*
ker; zeiljagt. n. plenfure hoaU
Zeilbaar, acj. navigable.
Zeilen , v* to faU,
Zeilfteen, m. load-flone,
Zeis, fi. fcithe.
Zeker.anj, certain, fure; zekcr,
veilig, jfcure,
Zekerhtid,/. certainty.
Zekerlijk , adv, certainly , ftirtly%
Zelden, adv. feldom, rarefy.
Zeldzaa-n, adj. rare, u^.uJuaU
Zeldzaamheid /. rarity,
ZtM, pron, felf,
pron. the fame.
Zelfkant, m.jehage, lifi of clClfi^
M