Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
50
BOW.
v. fJ»
r.">t:gli. tak, te'jr. /".
Oreen bough, j^roene tai:, groenc
mei.
Haught, bogt, kink, /.
, bons, nu
To bounce, oi>ftuiten , bonzen, v.
Tob'.nit, ct the door open, de deui
openftooten,
gebonden, verbonden,"ver-
pligt, dienstbaar,
The V jfel is bound for England,
het icbip ftaat op Engeland tc
varen , het fchip gaat naar Enge
land; bound together, te zamen
gebonden.
Bound,landpaal, vu
Jjóunds , landpalen , grenzen ,
grenspalen.
Eound-ftvne, mill-fione , gebied
fteen, mijlpaal.
Boundletter, landfcheider, w.
To bound, aanpalen 5 grenzen, v
Boundary, fcheidsmerk, n, land
fcheiding-, /.
Bounding, bepaling, WGOiftui
ting,
Bour.dlefs, onbepaald, eindeloos .
grondeloos, adj»
fj undlefs mercy , .grondeloozc
'[■armhartighcid.
Lv.tnden , fchuldig , part.
Jiouniijul, bounteous, milddadig ,
goedertieren, adj.
Bountifully, mildelijk, adv,
li itmtljulnefs, milddadigheid, ƒ.
•ii^nrty, goedertierenheid, mild
heid, ƒ.
Bourn , bron , ƒ.
To bouj'e, zuipen, drinken, v.
Bout, reis,/, togt, m. kans, f.
Bow , boog, in.; he hes two firings
,to his low, hij heeft twee pij- wan^u, r.
Jen tot zijnen boo?; io bend a Brabbler, , m.
^Oiv, eonenboog fpanneii; rain Brabbling, ^gekrakeel,
Oow y legcubooQ; ^ crofs'bow. .......
handboog.
BRA.
boogkoker; bow man, boog-
fchutter; bow net. fuik; bow
firings boog-peesi bow-maker.,
'boogmaker.
To bow, bu'gen, neigen, bukken,
V ; to bow 10 one, voor iemand
buigen; to bow down , neder-
buigen 5 to how ths knee , knie-
len , de knie buigen.
To bowel, embowel, hQtvagevr^cai
uithalen , r.
Cwtf/x,ingewand,«, darmen, m.
Bower, prieel, n.
Bowing, bu'ginj, /.
Bowingly , overhellende, adj.
Bowl, drinkfchaal, ƒ. kom, f.
Bowl, kloot, bal; m. de mars
van een fchip.
Bowling-green, klootbian.
Bjwyer, boogmaker, boogfchut-
ter, nu
Box , doos, bus, bak., lade , f ;
fpice-box, kruiddoos; box of
ointment, zalfdoo«; balloting*
box, loibus; .ChrijimafS'box,
fpaarpot; coach box, bok van
eene koets; poors-box, armbus.
To box, met de vuist vechten, y.
Boxer, een vuistvechter, w.
Boxing, the art 0/ boxing, kunst
om'met de vuist te vechten.
A loxonthe ^^ re^oorvij^r^orband,/.
Box, r^tf,boksboom,palm, nu
To box one, iemand om de ooren
flaan , v.
Boy, jongen, m,: foldiers hoy, tros-
boef;, fchooljongen ,
fcholier.
Bny like, kinderachtig, adi,
Boyijhnefs, kindorachti^heid , ƒ.
Brabble, krakeel,
To brabble, kjakeelen, harre-
warren, y.
geharre-
WAT, ïu
A brabbling fellow, v/arzoeker.
B bcwlrg , buiging,/:; he madejirc-c^, paar, koppel, n,; a brace
/, k^^rr ^j^f, ^^ dogs, or hares 9 een koppel
henden, of hazcti; a brace of
pijiols , een paar piftolen i
n how, hij boog zich.
'Xhe how of a fïiip, de boeg.
Mnvlike, .boogswijze.; lowcafe.