Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
BOA.
BOG.
47
- tieren, v.
Blufleringj getier, geraas, ff.
Bluflerhe weather , ftormaciitig ,
of ooftuimig weder.
bulderende wind.
Bluflering noife, tierend gerucht.
Bla/lerhg jlyle, brommende ftijl.
Bluflering ftllow, bulderende,
onrustige vent.
Boary beer-zwijn,
Wild boür, wild varlten,
Boar-pig, braad-varken Tpeen-
vaïken, «.
Boar'fpeor, zwi'nfpriet, n.
Board, plank, / deel; boord, «.;
chefsboard y fchaikbord, dam-
bord ; OH board y on fkip board y
aan fcheepsboord, aan boord;
to ca(l overboard, overboord
werpen.
Boardy council-boardy de-tafel in
de raadkamer; member of the
Boardy ecn lid yan den raad.
Toèoardy met planken beleggen,
bezolderen, bevloeren, be
fchietc n, v.; <"0 board a fliip, ecn
ichip klampen ; to board it up ,
or t<rmake a board, loeven, naar
de wlndzijde opzeilen.
To board de kost zijn, v.; board
wgges kostgeld; a boarded floor,
een houten vloer.
Boarder, kostganger, m,
Boardïngy kostgang, befchie
ting met planken, ƒ.
Baar ding Cc hooi, kostfchool , ƒ.
Boarifliy zwijnachtig, beestach
tig, oqbefchoft, edj.
jÖoö/?,geroeni,gepoch gezwets,
toti.ahe a boafl of a thing, op
Jets roemen.
To boafl y pogchen , rcemdragen ,
zwetfen, v.
Boafl er y p< ether, fnorker, roe-
mer, blaasbalk , zwetfer, m,
Boafiing, roeming, ƒ.
Boaping words, fn^rkerij, zwet-
ff rij, opfneijerij.
A boafling fellow y pogcher, fnoe-
ver, m,
Boafiingly , pogchcnder wijze ,
tidy*
Boat, boot, m, fchnit,/;/(?,
boat^ in eene boot, of (chuit
varen; packet - boat, pak et-
boot ; ferry-boat, fchou w, pont;
pnßage-boaty veerfchuit; fly
boat, fitiit, fiuttfchip; advice"
boat, advijsjagr«
Boatman, fchuitevoerder, roei*
jer, nu
Bcatfwain , bootsman , m.
Boat Imlt, bootshaak, w.
Boh, begekking, boerr, ƒ.
Boh^ korte pruik, kwast,/.
Bob, oofhwigfel,
Bobbing» -flingering, /.
To bob, begekken, ^bedriegen,
foppen , flingeren , y.
Bobbin, bobijn, klos, /.
To bode, voorzeggen, voorfpel-
len, uitvinden,'».
Bodice, rijglijf,
Bodily y ligchamelijk, adr. ^ ady*
Bodkin^ haarnaald, / priem, m.
Body, ligchaam, lijf, n.
The My and foul, bet ligchaam en
de ziel4 a great body of men,
een grooic hoop volks; ar.y
body, iemand , iedereen ; a ftck
body, een ziek mensch ; a dead
body, een lijk, dood ligchaam;
that wine has a good body, die
wijn is lijvig; the bftdy of acoach,
de bak van eene koets; the
body of a irte,dt^zm van eenen
bo9m; a body of fut, eene
bende voetvolk; a kody ofhorfe ,
eene bende ruiterij, een troep
ruiters; every Bodyy iegelijk,
iedereen , elk een, alle men-
fchen; nobody, niemand; the
queetis body-coach , de lijf koets
der koningin; /omebody, ie-
mand; bufymkody, albefchik,
bemoei al.
Bodies OT^air of kodies, ecn flik-
lijf, rijglijf, ff.
Big bodied, well bodied, lijvig,
dik , gref, adj.
Bodily, ligchamelijk, adj, & ady.
Bog, moeras^ /