Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPB.
SPL
217
spatten, v, to fpaUer^ to bedcjk. Speurhond, brak,jb, W^'o^-^o:;«/,
Specerij, ƒ. Jpice. jSpichtig, cd'j, pender aid tall.
Specie, / coin\ met wat fpecie Spichtigheid,/; flendemeje,
heeft hij u betaald? with -u'/iafiSple, f. wooden, or iron pin;
fort of money did he pay vj« t fpie, befpieder, w. fpy ; fpie^
fpecieboek, m. money tables. gaten, n. j cupper-holes.
Si^echt, m. fpeight, wood-pecker. Spiegel, m. lo-'king-glafs, mirror;
Spetkfel, K. fpittle, fpiegel van een fchip , /fern of
Si^eelbaan , f, play- ground;
fpeeldag , holy-day ; fpecl-
re s, journey for diverfion^s
fake , trip , jaunt in the coun-
try ; fpeeltOi>neel, n, thea
tre , fiice, fpeeigoed , n
toys, play-tools; fpeeljagt, n.
pleajure boat; fpeelmakker,
m. playfellow; fpeelman, w.
fiddler; fpeelfter , ƒ. aarefs,
woman^layer; fpeeltuig, n.
play-thingsy toys.
Speen, ƒ. teat., dug.
Speenvarken, ft« pig.
Speer, /. fpear.
Spek , n. bacon; walvischfpek,
blubber.
Spekkig, adj, fat, bacm like.
Spel, n, play, game , fport, too«
neelfpel, n, flnge-play; pop
penfpel, puppet- Jhow,
Speld, f, pin; fpeldenkuifen,
n, pin*cuOtion ; fpeldewerk,
n, bottS'lace,
Spelden, n, to pin.
Spelen , v. to play t togame ; een
treurfpel fpelen ,/o act a trage
dy; den baas fpelen, to plat the
master , to domineer *
Speler, m, player, gamester.
Spellen, v. to foell.
Spelling, f, jpelling.
Spelonk, ƒ. cave, den.
Spelt,/./ptf/^, (tf fort of corn:)
Spenen, y, to wean.
Sperren, v. to fet wide afunder;
den mond openfperren, to
open wide the mouth.
Sperwer , f, fpar-hawk.
Speten, v. to broach, to fasten, to
fpit,
5peur, n, trace,
Spenren, befpeuren, toperceiye.
a Jhip', rpiegelglas, n,fineglafs
of which looking'glafs is made ;
fpiegelmaker , m, lookitig glafs
maker.
Spiegelen, v. to look into a looking^
glafs.
Spier, ƒ. mufcle; eene fpierin den
ruggegraat, the pitn of the back-
bone,
Spieracht'g, adj, mnfculous.
Spiering, ƒ fmelt, CfiM
Spies, / pike, fpear,
Sp esglas , n, antimony,
Spijk,/,y/»rA<r,fpijkolie, oil offpike.
Spijker, m. large nail; fp^kCf.
boor, n. gunlet.
Spijkeren ♦ v. to nail,
SP il I / fpike.
Spijs, f. meat, food, visuals;
fpijs en drank, meat and drink ;
fpijskamer, lardery , pantry,
Spijsmeester, fpijsverzorger, m.
Caterer,
Sp jt, m,fpite, vexation.
Spijten , v. to ysx , difpteaje ,fret,
Spijti?, adj, fpiteful, fretful^
crofs , angry, grieyous.
Spijtighe d, fretfulnefs, anger.
Spijzen , fpijzigen , to feed.
Spikkel, m, fpeckle , fpot.
Spikkelen, V. to fpeckle^ to fpnt*
Spikkel»g, adj, Jpeckled, fpottea.
Spil, f,fpindle; de fpiJ van eene
wenteltrap, the fpinale,or nutl
of a winding flair cafe; de fp'l
van eene ocrs.^A^ vife of a prejs.
Spillen , verkwisten, y, to wafie.
Spin, fpinnekop, f, fptder; ipin-
neweb , cob web.
Spinazie, f, fpinage.
Spinde, fpijikaraer, f, lardery^
pantry,
$finhxds,n, jpin-houfe i hottfe ^f
K