Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page

BLU
. dorftig.
Bloom, een hecte verzengende
wind, m
Bloom, blojjom^ bioeifelt Moe
fern, m.
To hlojjom, bloeiien, y.
Blot, kltd, vlek, f,
Biot with ink, inktvlak.
To blot, bekladden , bevlekken,
vloeijen, y. this paper blots,
diï papier vloeit; to blot out,
uitkladden, doorftrepen, door
halen, «itwisfchen, y.
Blotch, , f, ^^
To blothe herrings, hanng roo
ken, y.
Bloted herrings, gerookte hann
gen, bokkin?.
Bléiting^ kladdtng,
JïleU^n^ paper, vloeipapier.
Hag, klap, m., flaming-blow,
dwar?(lag; to make a blow at
a th'tg , naar iets flaan ; to miff
one^sblow, zijnenflag misfeu; a
blow on the ear, eene oorvijg,
«en klap aan de ooren; to come
to handy-blows, handgemeen
worden.
To bl( V, blazen, waiijen, tdemen,
y,; to blow the trumpet, de trom
pet blazen ; to blow the fire, het
vuur aanblazen; to blow an
hornf toeten; the wind blow:
hard, de wind waait hard; to
Ilow up , opblazen , opvliegen
in de hicht, opfpringen ctooi
buskruid; to blow-up a mine,
eene mijn doen fpnngen; to
blow one's «o/o zijnen neus inui
ten; to blow out, uitblazen ;
toblow down, om ver waaijen j
to blow as a flower , bloeijen
Blower, blazer, waaijer, m.
Blowing, geblaas, gewaai, ,
waaijing, ƒ.
Blowing weuther, winderig we-
der.
Blowze 9 rood, bol bakhuis, n.
Blowzy, roodkaak , f.
Blubber, walvischf^ek, wal
visch olie.^ /•
BLU,
5/ttWjr5blaaskaken,-y, opzwel-
len van het huilen,
i^/tf^, blaauw, adj»
B^ue-dyer, blaauw-verwer. m,
To blue, blaauwen , blaauwver*
wen, y.
Bluenefs, blaauwheid.
To bluf, blinddoeken, verblin-
den, y.
Blüipi, blaanw-achtig, adj^
Blunder, grove misflag, m»
To blunder, rammelen, ftilen, mis-
Haan, y.een'grovenmisHagbe-
gaan, onbedachtelijk iets zeg-
gen, er uit lappen.
Blundetbufs, dunderbus, f.
Blundering s rammeling,
Blunderef^i dommerik, lomperd,

^Blunt, (fomp , bot,-plomp, adj,
A blunt knife, een ftomp mes.
A blunt fellow , een ongefchikte
vent, plompe boer.
To blunt, üomp maken, verftom-
pen, y.
To blunt a point, eene punt ilomp
maken.
To blunt the pain, de^pijn verdoe*
ven.
Bluntly, voor de vnist, zondèr
omwegen, ady,
Biuntnefs, ftompheid , botheid ,
plompheid, f.
'Biur , klad , viek,-fmet, ƒ.
To blur, bekladden , bevlekken, y,
To bUirt out, uitrammelen, uitlap-
peo, y, i he blurted tut an old
word y hij rammelde er een mis-
(elijk woord uit,
Blujfi, blos, ». bloozing, ƒ.; a blufh
appeared on her face, zij kreeg
een' blos in haar aangezlgt; /®
put one to the blufh, iemand be*
l'chaamd maken.
To blufh^ bluozen, fchaamrodd
worden ,y. ,• to make one-biupt^
iemand befchaamd maken,
doen bloozen.
Blufiiingy bloozing, fchaamrood-
wordirg, /.
Tq bJuJler, ftormcn, buldereni