Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
2 to
SCH.
SCH.
Schrijfboek, n, -vriting'book,
fchrijfkamer , ƒ. ßue*y, coun-
ting-kouf^, fchrijfmeestcr, m.
writing maßer, fchrijfpapler,
». wrifirg'paper*
Schrijnwerker, m» joiner.
Schrijver, w. writer , cUrk;
boek fchrij ver, author; fchrij-
ver op een fchip, pur fer;
een beambt fchrij ver, a notary ,
fcrivener.
Schrik, f». fright, fear, horror,
terror; met fcbrik bevangen,
ttrr fetze swïth,
Schrkachtig, adj, fearful,
Schrikdier , n, monfler»
SchiikkeJjjk, ac-j, & ady, dread'
ful, itrride,
Schrikkeiijkhuid , f, dreadfulnefs.
Sdir kkeijaar, n, leap-year,
Schrikkec,eenen fchrik hebben, y
to dready to he frightened, tt
he feized with terror; voox
iemand fchrikken, to drtaa
one \ fckrikken , verfchrikken.
to ßartle»
Schrikkig, adj,ßittiß; een fchrik-
kig paard, a fiittiß horfe,
Schrikkigheid, /. ßttttißmefs.
Schril, adj, frightened, afionißied;
een fchril gezigt, ja aßonißuc
countenance,
Schrobben, y. to ferub.
Schrobber,m, jcroundrel;tc\itQh
net, n,draghnet.
Schrobbering, ƒ reprimand.
Schroef, ƒ- fcrew , yije; de
moer van eene fchroef, tht
yife-chops,
Schroeijen, v. to fcorch.
Schroeven, y, to fcrew.
Schrok , m, coyetaus jelloWn
Schrokkig, adj, covetous,
IfChronen. y. to erowl, grumble',
hij fchrolde op hare kleed ng,
he grudged h^r apparel.
Schrompelig, adj. full of wrinkles.
Schrodrt, m, jear , d^e^d, nil
fihroom,/rofn fear; fchroom
achtig, aaj, fenrfnt. ff-^i^rou^ ,
fctupulous; fcbroomelijk,
dreadful; fchroomeloos, adj,
fearlefs; fchroomeioosheid, f.
fearlejsnefs,
Schroomen , v. to be afraid, to
fear ; fchroomen , zwarigheid
maken, to flick at.
Schroot, cafe-fhot.
Schub , ffcale ; visch v. to fchub*
ben, fcales of fifh.
Schudden, y. to Otake^ totter, tofs.
wag; het hoofd fchudden» to
fhake one*s head.
Schudding , f, tottering , Piaklng».
Schuif, f, dra-Atr,
Schu jer, m, br-fh,
Schuijeren , y. to brupi,
Scfawlen ,v. tofïi.ltcr , layWd , to
fculh, tujk : voor den rt'zen
fchu:.lea, to fie-tter ortn-s falf
for the rain.
Schuilhoek, lurking-hole.
Schuilplaats, f, refuge,
Schuim, n. fcum , foam , froth \
bet fchuim van een paard, of
dol mensch, the foam of a hor»
fe, or mad man; het fchuim
van bier, the froth of beer;
het fchuim des volks, the
dregs oj the people,
Schuimachtig, adj, frothy.
Schuimbekken, y, to foam at the
mouth.
Schuimen, y« to foam, froth.
Schuimer, m fcummer; zee-
fchuimer, pirate.
Schuin, adj, floping, wry, oblfque,
not jlrait; . die draad loopt
fchuin, that thread does not
run (Ir aig lit.
Schuins, adv, aflope, obliquely;
fchu.ns afloopen, to flope.
Schuinte, ƒ wry nefs, obliquity*
Schuit, f. boat ; trekfchuit,
draw • boat, fchuitevoerder,
m. boat^man, waterman.
Schuiven , v to jhove.
Schuld , f debt; fchuld maken,
in fchulden vervallen, to run
into debt; fchuld, f, fault,
miflake; wiens fchuld is het?
whofe fault is U^ fchuld, mis*