Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
sen.
eene k3irsfchijf,a ///^r ofyeü;
Wniefchijf, knee-pan,
fchijn, in, jhine, appearance.
Schijnbaar, adj, likely, apparent,
Sc.iijnbiarheid, j, likcnefs, appa^
rer.tnefs, probability.
SCiijndeugd,/. hypocrisy.
Schijnen . v, to ßtine; fchijnen,
Jijken, to appear, feem; bit
fchijnt roo, it appears fo, it
Ceerns to be fo'-, h t fchfjnt mij
eene redelijke zaak, it appears
to me a reafonable thing.
Schijnheilig, adj. hypocritical.
Schijnheilige , v;. hypocrite.
Schijnheiligheid, f. hyporcify.
Schijnrede, pretence, pretended
argiment.
Scliijnfel, n. fplndour,
Schijten, y. to ßite,
«.c'jjter, rn. ßiter,
Schaven, f. (geld) money i hij
heefi fchijven, he is a moneyed
man.
SchiK, OT. order; alles is op zijn'
fchik , all is in order; in zijn'
fchik. in order ; uit zijn' fchik,
oHt of frame.
Schikkelijk, adj. orderly, good-
r a tured.
Schikkelijkheid, f. go-.d behaviour.
Schikken, y, to order , dispofe,
regulaLe, fit.
Sch kking, f. d'tspoftng , order-
ing . dejiiny,
cbil, f fiiell.
Schild , n. ßUld, buckler; fchild ,
wapenfchild, f^utcheon, coat
of arms.
Schilder, m painter, pi^ure,
drawer; fijnfchilder, limner;
kladfchilder , coar/e-painter.
Schilderen, y. tu putnt, to limn.
Sch iderkunsc, f, art ofpiintins,
Sch Iderii , f. piSlufe , piinting
Sch idknaap, m, efqui^e
Schildpad , f tortoife; eene zee
Ichildpad. a turtle,
SchiJdwacht , m, fentinel,
ft.iry.
Schdier, f. fcale; fchilfers op
sen.
007
•t hoofd, fcales on the head.
Schilferen ,y. tqfcaleof; de vjrw
fell Ifert af, 'the p^int pfelx
Schilferig, ady faly.
Schillen, v. to {Iiell, pare, p:el.
Schim , m fltadow. ghijl cr {pi-
rit; zijn fchim verfchi.a,
his ghifi app ared.
Schimmel. befchimmeldhcid , «.
that wh'ch is mouldy; fchim-
mei, vaal [iaard , ^rr^ hjrj ,
Schimelachtig, fchimmelig, aiv*
mouldy , muggipt.
Schimmelen, y. to grow mouldy,
Sch'mp , m. taunt ^ reproach , af-
fiotit; fchlmpdicht , m fv
lyf % fatyrical poem; fcnimp
dichter, m, fatyrijl; fchiojp.
fcheut , f, fcoffing-jcfi;
fch mplchrift, f, fatyricat^wi^
ting; fchimpvogel, m, fcof»
fiug fellow; fchimpwoord , j5.
fcoffing wor^s fchmpzucht, n •
fcopng humour.
Schimpen, y, to fcoff, to re-
')'oach.
Schimper , m, fzofer, taunter,
Schimpig, adj. fcopng, joking.
Schim ping , f, jccjfing , taun-
ting.
Schinkel, f, fiiank, (hin'bone;
kalf»fchinkel, m, knuckle of
yeal.
Schip, n.pl, fchepen,
koopvaardijfchip. merchant-'
man ; oorlogfchip, w/öt 0/ v;at ;
de v{K)rfteven van een fch p»
the pmwof 'i fliio; de achterfti-
ven vau een fchip, the poop;
fchipbeom, m, l>oat-man f
p'jle ; fchipbreuk , f (Ii p'
wreek ; fchipVeuk lijdon,
ti be Jh p wreek'd; fthips-
lieden, fcheep.volk, n, ma*
ri<ers feam^n.
Schipper, m. fhip-mafler, barge*
man.
Schippond, n. three hundred
O^'U .d w- ieht.
Sclnrferen,v./»fh rr^irH. ^r^'^nzz 'e;
fchitterende ftraien, uaiiling*.