Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
T
ROV.
Roover, m. robber; ftruikroo-
ver, highway-nian; zeeroo»
vcr , pirau,
Rooverij,/, robbtry, plunder.
Iv s , n, horfe, ßeed.
Ros, adf. rußet,
Rosachrig, adf, brcwK^red; ros
baric , adf. haying hair of e
rufet colour.
Rojibaar, f. horfe litter.
Roskara, f. curry-comb.
Roskammen, y, to curry.
Rosmolen, m. horfe mill.
Rosfen , afkloppen, v« to beat
foundly.
Rot, adf. rotten, putrid.
Rot,/i.het geenrotis, that which
it rotten ; rotbende, club, crew,
company; een oproerig rot,
a club of feditious people; een
rot vagebonden, a crew of
vagabonds; een roc foldaten
a company of foldiers ; rot5gc
zel, m. fellow foldier; roc, m.
rat; rottenkruid, n, arfenie
Rots I f. lock, rotsachtig,
rocky.
Rottig, adf: rottened.
Rottigheid, /. rottennefs.
Kottng, zamenrotting, f. rio-
tous afembly.
Rotting, wandelßok, m. cane,
walking ftick.
Rouw, droefheid, mourning, f
fadnefs , in den rouw gaan , tf
wear mourning; hij is in den
rouw, he is in mourning;
rouwbeklag , /• condolence;
rouwg-ïwaad. rouwgoed, n
mourning apDarel; rouw klagt
f.; lamentaii m, alfii condo
Unce; rouwkleed, n mourn
fwi?/«/7;rouwk)eederen mo'trr.^
ing clothes ; xo\ivs\i\j%xi,f.,moufn
ing coach.
Rouwen, y. to mourn»
Rouwig , adj\ mournful
Rouwkoop, adj. as rouwkoop
hebben, to repent of the bargain.
Rovig^ vol roven^flfly. fcurfy'
RUI.
2CI
Rozemarijn, f, rofemary.
Rozijn, /. raißn ; lange rozijnen,
raipns of the fun; ronde rozij-
nen, Malaga raifins; rozijn*
korf, m. frail.
Ruchtbaar, aäf, public , manijeß ^
üivulged ; ruchtbaar maken,
topublijh ,di\ulge, to make ma»
u nifeß, to noife abroud.
Ruchtbaarheid , f, a being public,
the public noife.
Rug, m, back; den rug keeren ,
to turn back; achter ie-
mands rug, behind onc^s back;
terugkeeren, to turn ba k;
rugjicbeen, ruggegraat, the
back'bune.
Ruggelings, ady. backwards %
hack to hack; hij ging rugge-
lings de leer op, he climbed up''
the ladder backwards; zij wa-
ren nr^gelogs gebonden, ihiy
were tied back to back.
Ruif, ƒ rack.
Ruig, adj rough, n gt^ed, haWy,
(bagged; ecn ruige weg, a
rough way; een ruige huiwl, a
rvudh hde;. ruigharig, adj4
hJryi
Ruifch^id, f, rügginefs.
Ru }ea , van veren verandet en , v»
torr.ouh, to caß the feathersas
; deh.nnen ruijin, the
bens moults
Rut jen,/, moulding-:
Ruiken , zie rieken.
Ruiker, m, fmeller; een röi»
ker bloemen, a bunch of fh-'
wers to fet in a room, a bough*
pot, a nofegay; ruikertje , /.
nofegay , pofy»
Ruilen , y, to change , exchange,
alfo to birt r,
Ruiiebu-ten y. to-bdrur .truck, •
fwap , fofs.
Ruiefcuiter, nr. one thai is always '^
ready to bartir.
Ruiling, f, hurt.ringT-
Ru m , adf . Urge, f dertfimè -^
, the main fea; niimi'vai ge^•
niocd, not ;/i«3iTSk®
I
. !
I
»
t
%