Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
198
Rlji
RIN,
oar; cen riem papier, a team
of paper.
Riet, r^f//; rietdak , n. thatch ,
fOp/; rieipijp , oatenp'tpe; riet-
ftaf, w reed, reedflaf.
Rif, tJ. rif; rif, ». carcafs.
R'gten, to right, direH, otder.
Rij, reelis, /. row, ridge, fet,
Jeries, file ;zt] Ûonâen op cent
rij» tkeyfiood in arow ',eene rU
boomen, a row, or fet of trees',
eene rij bergen, a ridge of hills;
eene rij tanden, a fet, or row
of tcfth'i eene rij foldaten, n
file of fo'disrs.
RîjBaan, /. race, carrier.
Rijden, y, tonde; te paard rij
d^n, to rid-î on horfe-back; op
eer.en waren rijden, to tide in p
wagg! n i in eene flede rijden, to
l-e cti'rried on a [ledge; op fchaat-
fen rijden, to fka:e.
Rijder, m. horfeitan, rider.
Kijf, ƒ. gr a'er.
Rijfelaar , v. to p'ay at dice,
Rijfelkraam, y. boot in a fair for
dice»pin:\ trt,
Riigen, v. to lace, to file up.
Rijgljf, n, bodice, ficys.
Rljgfnoer, f. fir ir.g ^ or lace to
lace with.
Rijk, öfly. lijk, adv. rich; rijk
worden . to grow rich.
Rik, koningrijk, n, kingdom,
realm; rijk, keizerrijk, empi
re; h t Roomfche rijk, ihe
Roman empire; rijksappel, »1
empirlal globe; rijksbeftuur,
riiksbewind , n, adminipration
of tke empire; rijksdag, m.
diet, convention of the princes
and Hates of the empire; rijks-
gebien, n. command of a king-
dom; r'jksftad, f imperial ci
ry ; rijksverpdenng, /. irnpî
rial die: ; rijksvoogu , m. re-
gent; r'Mksvorst, m, prince of
(hi erpire.
Rijkaard , m, r 'ch f llow.
Rijksdaalder, m. rixdollar.
Rijkdom, m, riches , wealth.
Rijkelljkheid, ƒ. abundance.
Rijm , m' hoary frost.
Rijm, n. rhyme; rijmflag ,
fvnnd oj a rhyme.
Rijmen, v. to rhyme.
Rijmer,« rhymer.
Rijmelaar, m, paltry, rhymer.
Riimcioos, adu profe; rijmeloo-
ze verzen, blanck yer fes.
Rijn, m. the Khtne; Rijnfche
wijn, Rhenifh wine.
Rijp, adj, ripe, mature; naeen,
rijp overleg, upon nature deli*
beration ; vroeg rijp, vroeg rot,
fcon ripe, foon rotten.
Rijpaard, n, fnddlehorfe;x\]to'k ,
m. riding coat.
Rijpelijk, adj, & adr, ripely,
maturely^
Rijpen, rijp worden, y, to ri"
pen, to grow ripe.
Rijpheid, ƒ ripenefs.
Rijs , afgefnedene takjes , n. hp»
pings, brupi wood; rijsbank,
bank, of fcggots and earth;
rfjsbos, «, brufirwood, jaggott
of twigs.
Rijst, f. rice,
Ki ien , Vé to tear*
Rijtuig, y. vehicle, waggon, coach,
calefh, or any other riding
machine.
Rijven, y, to grate; eene note-
muskaat rijven, to grate, or
fcrape a nutmeg.
Rijweg, m. the common road, the
high way.
Rijzen, v, to rife, arife; de
rijzende zon , the rifin^ fun.
Rillen, y, to Piiver,
Rilling, f, jhivering.
Rimpel, n. wrinkle, rumple.
Rimpelachtig,rimpelig, wrwt-
led, full of wrinkles.
Rimpelen, V, to wrinkle.
Ring, m, rir^; circle', oorr'n^r,
earring i ring om de maun,
circle about the moon.
Ringduif, f, tirg-dove.
Ringcloo en, v. tJ vex, he^'r,
hen-p'ck; hij wor-dc va-a zij»