Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
IffO
pla;
PLh
Pi'niijk» ad/» trouhlefome, pair,»
M
rijp./, pipe; eene wijrpijp , a
wine-pint; eene p'jp tabak roo-
ken, to fmoke a pipe of tohac
CO ; pijpkan, f, fucking bottle;
piipfpeier, m, piper.
Pijper, w, pipe , kind of flute.
Pik , pek , n, pitch.
Pil. f, pill.
Pilaar, nu column; pilaarbijter,
in, bigot.
Pimpelen, v. to tipple.
PiiiTpelmees, /. tit-moufe.
Pink, m, the little finger; vis
fchers pink, fipier^s boat,
Pinkfteren , m. ,whitfuntide ,
pentecofl.
P.nkfternakel, witte wortel, ƒ.
par fnip.
Pis, f, pifs, urine; koudepis,
(iranguary.
Pisfen, V. to pifs^
Pistool, f piflol.
Plaag, f, plague, torment,
P lagen , y. to plague, torment,
teafe.
Plaaster, pleister, f, plaifler.
Plaat, ƒ afdiukfel van eene plaat,
print, plate; een boek met
fchoone platen, a hook with
fine plates', plaatfnijder, m,
engraver.
Plaars, f, place; de plaats des
geregts , the pluce of execution ;
plaats ruimte, room; plaats
maken , to make room; plaats,
^mht,place, employment ^office.
Plaat fen , v, to place,
Plaatfing , f. placing.
Plager, m. tormenter.
Plaging , A tormenting.
Plak , f, ferule , palmer.
Plakaat, n, ediSt, proclamation
decree.
Planeet, f, planet,
board.
Planter, ƒ. planter.
Plas, m, plafh.
Plat, adj. flat; het platte land , the
pat country.
Piatvisch, f.flat'flPi, as flounders
and the like.
Plegen , v. to ufe, to be wont, or
accuflomed; zlj plegen zoo te
doen, they were accuflomed to
do fo; plegen, begaan, to do,
commit; kwaad plegen, to com •
mit evil; dienst plegen, to be
ojpcious ; verdraagzaamheid
plegen, to exercife fvbear*
ar.ce; met iemand raadple-
gen , to confult with one,
Plegt, verdek voor of achter op
een vaartuig, f. deck at the fore
or back end of a fhip', plegtan-
ker, flieet-'anchOT,
Plegt g, adj, lijk , adv. folemn.
Pleidooi, zie pleit.
Plein, n. plain, fquate.
Pleister, n, plaiftet.
Pleisteren, beftrijken, v, tp
plaifler.
Pleisterplaats, f, baiting place.
Pleit, pleidooi, regtsgeding, «•
plea, procejs; pleitgeding, n,
lawfuit, procefs; pleitzaal, f,
hall where caufes are pleaded ;
pleitziek , ^\t\i7.vichxig.,adf,muck
given to go to law, litigious, ,
Pleiten, v, to plead.
Pleiter, m, pleader.
Plengen, y, to fpill. Pied; water
plengen, to fpill water,
V]Qn%m%, f, fpilling of water, -i
Plenzen, y. to fplapj.
Pletmolen, m, engine to fiat gold*
wire.
Pletteren, v. to bruife, to cruPi,
Pleuris, zijde wee, n, pleurefy,
Pligr, /. duty, devoir; zijnen
pligt wel waarnemen, to per*
form well one's duty.
PHttplegend, adj. officious,
Pligtpleging . f, vjpcioufnefs^
Plank , / plank,
Plant, f. plant.
Plantaadje, f, plantation. i c.pltnnnt.
Planten, y. to plant; het gefchut|PLstfchuldig, adj, duii,'uU
planieo, to plant the ca .Qn» [Plint, n. pUnthe