Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
163
O N a.
Onjcbondeii, adj. Ikentiout.
Ongi;hondeiihiid , ƒ. licintiouj-
ncjs.
Ongebruikelijk, adj. unujuai
not ttm'non , tare.
"Ongedienftlg, adj. unferviceahls.
Ongeduldig, aJi impiticnt.
Ongedurig, aij. not continual
interrupleii.
Ongedwongen, adj. unforced, un'
compelled, free, eafy.
Ongegrond , adj. ungrounded, ur.
fhUtided.
OngegrondheidI, f. frivoloufnefs.
Qtisegund, adj. envied.
Ongehavend, adj. not clsanfed,
undresfei.
Ongehoorzaam ,odf, lijk, adv. dis-
obedient,
Ongchooriaamheid, f. difobe-
dience.
Ongehuwd, aij. unmarried.
Ongel, n. feivet.
Ongelaten, adj. immoderate , un-
calm.
■Ongelarenheid, ƒ. immoderatenefs,
Ongelden, n. plur, expences.
Ongelegen, adj. inconvenient.
Ongelegenheid, f. inconveniincy.
Ongeletterd, adj. ilUterate\ un-
learned.
Ongelijk, aij, unlike, uneven
uneaual.
OngcliibjB. injury ,wr<!»?;iemand
ongelijk aandoen , to vrong one:
ongelijk hebben, to he in ih
Sfro«^; iemand on*elijk geven,
of in het ongelijk (lellen, to put
one in the wrong , to lay the
blame at one's door.
Ongelijkheid , /. unequality, un
likilinefs.
Ongel jkmatig, adj. disproportio
nal, imsymmitrical, dispropor-
tionate unfuitabU, unequal.
Ongellikvorniig, adj. ur.confor-
mable.
Ongelijkvormigheid, f. difpariiy.
Ongelikt, adj. unlieked.
Ongeloof, B. unt>tlief,
Oo^loofbitr, adj. lijk, adv, incrc
Ong.
diblf,
Onieloovige, m, infidel.
OngeloovlHheid, f. ir.credulity.
Ongeluk, n, misfortune.
OogelBkkig,oDgevaliig, adj. lijk,
unfortunate , unlucky,-»retched.
Ongelukkirfe, ongelukkig niensch,
m. v/retch. an unhappy man-
Ongelukkigheid, f. unluckinefs,
u-ihuppinefs.
Ongelukzalig, rampzalig, adj.
wretchid, mifiraile.
Ongemak, tt, inconvenience, dif-
eafe difltmper, hardfhip ; hij
heeft een ongemak aan zijneh
voet, he his hurt his foot, or
he has a fore foot.
Ongemakkelijk ,adj incommodious,
Ovgemikkelijiheii, f.incommodity.
Ongemanierd, adj. lijk, aiv. un-
mannerly.
Ongemanierdheid, f, ur,manner-
lineg.
Ongematigd, adj, immoderate.
Ongemeen, adj. lijk, adv. un'
con.mon , extraordinary.
Ongemeenheid , /. rarity , fin^u-
larity, excellency.
Ongemerkt, adj, unpereeiyed, not
regarded.
Ongemeten, adj. unmeafured,
immenfe; Geds ongemetene
harmhartigheld; Cuds infinite
mercy.
Ongemoeid , adj, unimportuned,
unmolejled, untroubled.
Ongenaakbaar, adj. inaccefiH'.
Ongenade ,ƒ. aifgrc.ce,difpUajurei
hij is in 's konings ongenade
vervallen , he has incurred the
king! difpleafure, or indignation.
Ongenadig, adj liik , adv. un-
merciful, mercHefs,
Ongeneesbaar, ongeneeslijk,«</ƒ.
& adv. incurable.
Ongeneeslijkheid ƒ. incurailenejs.
Ongenegen, adj. uninclined.
OngenewgeUjkheid, f. unpleafant-
nefs-
Ongeneugte, ƒ. ongenoegen, n.
tiifpltafure, regret.