Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
noo.
Nikker, drommel , m»imp, fiend,
dcviL
Nimf, f, fairy; water-nimfen,
fairies of the water.
Nimmer, adj, never; nimmermeer,
never more,
N ppe, ƒ cats mint,
N;s, f. nich,
Nf-ch, (ontkennend woordje.)
aïj, neither, nor; noch de cene
noch de andere, neit her the one
nor the other.
Noemen, v to name, call, term ;
ik wil h?m niet noemen, I will
not name him,
Noemeiijk , noembaar, adj, that
which may, or can be named.
Noemer, m, namer, alj'o the
nominative cafe,
Noeming , f, naming, calling.
Noest, m. knot in wood.
Noestig, ai/, intricate, difficult.
Nog, adv. yet, ßill, never; nog
eens, once more; nog meer ,yet
more; nog niec, not yet; ik ben
^ nog van die meening, J am in
the fame mind ßill; ai was hij
Dcg ZOO rijk, though he was ever
fo rich; nog eens zmo veel, as
much again; tot nog xoQ.hitherto,
Nogtans, ady. yetf neverthelejs ,
howb^t'
Nok, f, top,
Nommer, m number,
Nommeren, v, to number»
Nun, f,nun; nonnenklooster, n,
ruunery.
Nood, m. need, neceffity, afji'.c
tion» danger, difi/ffs; nood
breekt wet, neceffity has r.o law;
van den nood eene deugd ma
ken , to make a virtue oj neces
fity; des noods zijnde , if neeu
be, in caje of neceffiiy ; in nood
zijn, to be in danger, to be
in dißrefs; in doods nood, in
danger of death uiteten
nood helpen, to deliver one fron-
danger, to relieve one in 'ißrtfr.
Nooddruft, neceßaries , Ijveli
hood; hij wa> niet van nood
NOO

druft voorzien, he was not pro'
vided with necefj'aries; hij kan
z ine nooddruft nict wnncn,
h'. can not earn hir Uvelihood,
Nooddruftig, a<ii, liik,adv.i neces--
fitous , needy,
Nooddrufiitiheid, f, nesninfifs.
Nooddwang, m, urgent necejjity ,
force,
Noode, ongaarn , adv* loth,ur^wV*
ling; ik doe hct nooüe, / am
loth to do it,
Noode, ady, neceffary, necdful;
het is van noode, ït is needful;
't is niet van noode, it is not
necejfary^ it is not needful, it is
unneccjfary , there is no necejftty
for it; waartoe is bet van noo«
de ? what is it go'jd for ? van
noode hebben, to jland in needof,
Noodeloos, adj, needlefs; eene
noodelooze zaak, a needlefs
thing.
Noodelooshe d , f, needlefsnefs,
Nooden , noodigen , y, to invite ;
ten eten nooien, to invite
t) dinner or fupper»
iNooder, m, inviter.
Noodhulp , n. one that helpt on an
extraordinary bufinefs,
Noodig, aaj, iijk, adv, neceffary,
needful.
Nood gen, zie nooden,
Noodigheid, f, needfulnefs»
Ni»od:ging, /. in\itation.
Noodlot. n, fne , dtjiiny.
Noodlottig, eidj^ & adv. fatal.
Noodwendig, adj, lijk, ady, ne»
'■effarily.
Noodwendigheid , f neceffity,
Na-)dzakelnk, a^. & ady, need*
ful; neccfjary,
Noodzakeltibhë d, f. neuffity;
dar.r was eenw' onvermijdelijke
noO'izakehjkheid, there was
an inUijuenfihle necrifiiy,
No-d aken, v. fo nec^ (fitate,con»
^ram; gebrek zal hem nood-
zaken re werken, want will
^(jnfirain him to work*
iNooit, aJv, near \ nu of nooit