Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
m o g.
Moeijelijlt, adj, trouhlefome, dif^
ficult, hard, tirefome, painful.
moeijelijk vallen , to importune
to pefttr , to be troublefme ; h
is et heel moeijelijk om, he 'ti
mv.ch difpleajed atit,
Moeijelijkheid, f, trouble, digicul
ty,
Mosijen, v to trouble.
Moeite /. pains, trouble; ik kreeg
niets voor mijne moeite,/^o/
noihing for tny t)ains,
Móer, droesfem , f, lees , dregs,
the mother , de wijn is nog op
demoer, the n-tne is y<t upon
the lees; paarl-moer, moihet
of p9f!.
Moeras. J. mr.rßi, fen,
IMaerasütï, adj, inarjhy , fanny,
Muera-üsheid, ƒ. marjhinefs.
Moerbezie, moerbei, /'. w«/-
berry ; moerbezienöoom, m,
muibes iy tree»
Moergrond, m. marjh^round,
M'oernagel, m, cluve%
Moes, vyarmoes, n, porridge
made of herbs; moeskruid , n,
pot herbs; moestuin, m. Kitchen
garden.
Moesje, n. patch in the face,
Moeien,v. to beforced, or conflrain
ed; wij moeten het doen, we
will be fofted to do it; hij zal
moeten vertrekken, he muß
depart; ik moet, 1 muß.
Moezel wijn , m, wine grown nea*
the river Mofelle,
Mof, f muff.
Moffelen, y. to muße up , hide
cunninglyi
Mogelijk, aiy. pußble; 't is mij
niet mogelijk te doen, it is im-
pojjible for me to do it, 1 can
not do it.
Mogelijkheid, ƒ. pofibility.
Mogen, y, to be able, to haye
leave , toie permiited; wij mo
gen, we may; moogt gij het
doen ? haye you leave to do it P
Mogende, adj, mighiy ^ po-^crfulL
Mogendhe;d , /. mig/itinefs ,puif
MON.
ISI
jance , power.
Moker, m, ß-dge, hammer.
Mol, «a, mole; molshoop, m, mnU'
A///; mollenval, m. moU-tr.:^,
Molen, m, mill; moleiilleen, m,
mil ßjne.
Molenaar, m, miller.
Molenkap, ƒ, roof of a mill,
V^olenpaard, mihhor/e.
Molenroede, f, millhnndle,
Molenfteen , m millHone,
Moleatrechter, m. milihopper,
Molik , m, Jcare-crow.
Mollem, gruis van turf,»?» dust
of turf
M'>iJen, dooddflan, v, iokill,to
difpatch by nturdering,
Mo:r:g, adj, Pj.; moM^Q wi,n,
wi.d wine,
MoliigUe d, ƒ. fufinefs.
Molm j vermolmi»g in \ hout,
f wormhole, rottennefs in wOod,
Momaangezigi, mombakhuis, n,
vizard, maß,
Mommer j, f. mummery,
Mompelaar, m, mumbler.
Mompelen, y. to mumble, whif'
per; hij mompelt in zich zeiven,
he mumbles 'to htmfelf^
Mompeling, /. mumbling.
Monarch , m, monarch, fovereign*
Monarchij, j, monarchy.
Mond, m. mouth; iemand den,
mond fnoereu, to make one hold-
his tongue; bij montie, by word
of mouth; het gehemelte des
monds, the ro(f of the mouthy
mondbehoefte, ƒ. provi/wnst
de belegerden verzochten een
raondfeclprek met de belege-
raars te houden, the bcßegeä
defired a parley with the befie*
gers; mondkost, ƒ, provißoni
mondllopper, m, cag; mond.
ftuk, n. tnat part of a bridle
which is put into ihe horjt^s
mouth; mondvol, m, mcuihjul,
MondeliBg, adj, by wora Oj
mouth, verbally; iemend mon-
delirjg fpreken, to jpeuk to
one by word and T^iUth,
G 4
I
J
Si