Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
146
WEN.
MES.

Melker m, mi'ksy; duivetirael.
ker pij^eon-keeper.
Iel oen, K melon ; nieloenbed,
n. ff.elon-bid,
Memmeij.^s kru d, geuenblad, n
vfoodhins y hone-y'juckle,
IMemorie, geheiigenismemory,
rcmembrai ce ; memorjeboek ,
metnorandtm book.
Men 5 pron. one: men zege, it is
Tcportfd; men moet, one muß ^
a bcdy muß; men kaa 't net
doen , ore cannot do it, a body
cannot do it.
Mengelen, mengen, y. to mix,
mingle , oUay,
Men e'klomp j m» mixt lump,
IMentelmouS, n. medley,
Mengelftof, f mUceUanies,
M-nger, m, mixer.
:^'ienging, f mixing.,
Mengfcl, n. mixture,
M- nte , ƒ red-lead.
Menig , adj, many; menig mensch,
many a wan; hoe men'g^ ftow
many; menigerhand , meniger
lei , pron, manifold, various,
f.y.ral; op menigerlei wijzen.
jnany ways; menigmaal, adv.
mariy times, many a time, of-
ten ; hoe menigmaal, hov^ many
ti'ues; menigvoudig , menig
vuldig, adj. liik,ß/v. many
fold , frequent mu ttplicious;
mr-n'g vul digheid , f, muliipli
cHv,
M nigte, f, multitude, abundan
c, great quant-ty , frequency;
hii heeft eene menigte boeken,
be has abundance of books; rene
groote menigte, a great many ,
a yaß quantity.
Mennen, een paard of wagen
heftieren . v. to guide a horfe, to
drive a coach.
Menner, m. driver of a coach,
nr chariot',
Mensch, m, man, a rational;
pf-rTon, either man or woman,
body, humankind; de men^ch
Ul zijnen gevallen ftaat, man
■i/;. his fallen ßate; de men-
fchen zijn van nature kinde-
ren des toorns, men by nature
are cfvldren ofwrath ; een ziek
mensch, a ftck perfon,
IMenschdom , «. mankind,
Menfchelijk , adj, humane; men-
fchelijke natuur, Awwa« tature;
menfchelijk geQacht, mankind^
Menfchelijk held, f, humanity.
Men fch en eters , m, men-eater fy
cannibals,
Menfc>ienhater, m, mifanthrapiß,
Menfchenmoord, n. homicide.
Merg, n, marrow; mergpijp,/.
marrow bone.
Menschlievend, adj love to man^
kind, benevolent, charitable,
Menschlievendheidphilanthro"
py, brotherly love,
Mensch wording, j, incarnation-!;
de menschword ng van Chfis-
tus, the incarnation of Chriß*
Mergbeen, n. marrowbone,
Mergel, m, m-irl, a fort offat clay ;
Mergelen, het land met mergel
mesten , v. to marl; mergelen ,
uitmergelen, knagen, to gnaw ^
to vex , con fume.
Merk, n, mark, ßgn, token,
char aSl ter.
Merkelijk , adf, notable , remark"
able.
Merken , v. to mark , ßgn, note;
de goederen zin dus gemerkt,
the goods are marked thus;
merk die plaars, take notice of
that place; merken, bemerken ,
to perceive^ toke nfitice; nie-
mand zal hec merken, nobody
piall pe-ceive it.
Merker, m. marker.
Marking, merk , f. marking
ing, noting; raaak een merk
op den kant, t^ut a note on the
margin ; merkteeken, n. mark ,
ftgn; merkijzer, n, iron ßamp,
M'Tkwaardig adi, remarkable.
Mes, n, knife; tafelmes, table*
knife; flagers mes, butcher's
knife ; pennemes , pen-knife;