Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
BIL.
BIL.
To bihead, enthoofden, onthal
zen-, V,
Deheader , onthoofder,onthalzer,
fcherpregter,
Behead'iHg , onthalzing, onthoof
ding, ƒ.
Sehefl, belofte,/, gebod,
Mskind, achter, na, van achteren,
ten achtere, pr/p.
To jland behind om, achter ie-
mand ilaan.
Behind ones back., achter iemands
rug.
There is fo much behind^ daar is
zoo veel ten achtere.
To behold, aanfcfaouwen, zieo,
aanzien, v.
Beholder, aanfchouw^r, m»
Beholdingnefs y verpligiheid,/.
Behoof , gerief, nut, gemak,
It behoveth, het behoeft, bet is
dienftig,het betaamt^ itbehoyes
ue, bet voegt ons, wij moeten.
Being, een wezen, n.
Being --y dew'ji, aangezien, vermits.
Being that- he promijed it, dewijl
hij het beloofde,
BHn^ he did not come, aangezien
■hij niet kwam.
To belabour , afrosfen, y,
Belagged, achter gelaten; ach-
teruit gezet.
To belate, tot Iaat in den nacht
ophouden, y.
To belay, lagen leggen, y.
B^lch , oprisping , ƒ.
To Belch, oprispen, y.
To belch out blafphemies
gen mtfpreken, y.
Belch, flechts herbergsbier, a.
Belcher y oprisper, m*
Belching, risping , /.
Beldame, oud wijf,
To beleaguer, belegeren, v.
Belfty, klok-huis ,o^klokketoren.
■Belgick , nederlandsch , adj,
To belie, beliegen, y.
-Beliefy geloof, k. light of belief,
ligt van geloof, ligtgeloovig ;
pafl belief, ongeloofelijk; to be
t efa right beliefd een regt ge-
loof hebben.
Biiievable, geloofbaar;
To bsUeye, gelooven, y.
Believer , geloover, geloovige,
Believing, geloovende.
Behke, mogeVxik weIligt, adv»
Belive , aanllonds, dadelijk, ady,
Bell, klok, fchel, ƒ.
To ring the bell, de klokluiden ,
aan de fchel trekken.
Ring of bells ^ klokken-gelui, n»
Pafmg belt, doodklok.
Aiarum bell, wekker.
Low-bell, fchel om vogels te lok«
ken.
HelUfounder, klokkegieter, m.
Bellman, nachtwaker, m,
Bell-meial, klokfpijs, klokken*
metaal,
Bell-flowers blue-bells , klokjes.
To bellow, loei jen, bulken, y.
Bellowing, gebulk, geloei, n.
Bellows, blaasbalk, m»
To belly, uitzetten; dik en vet
warden, y. n.
Belly, buik , m,
Belly-ake, buikpijn, f.
Belly band, for a horfe, buikriem,«.
Belly-god, beHy-friend^ buikdie*
naar, m.
Belly-full, buik-vol, bekomst.
Belly worm, buik worm, m,
Panch'belly, dikbuik.
Great-bellied ,grootbuiktg, zwan*
ger.
lo belong, behooren, aangaan.,
y.; this belongs to me, dat
behoort mij toe.
geliefde, beminde, adj» ;
beloyed of all men, van iedereen
bemind.
Below, bcne«Ien, onder, minder,
prep, & ady,; from below , van
beneden, van onderen; he was
not below hie father for piety ,
ia godvruchtigheid was hij niet
minder dan zijn vader.
To beiowt, uitfchelden. y. a.
Beltt draagband, wapenriem,w.
IPafle'belt^ gordel, riem, m,
Ütit-muktT, bandeiier^maUerj nu