Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
13C
leb.
lee.
ons^s felf, to faffer one's fe}f
to hef een; zich laten waarfchu-
wen, to lake warning; laten
blijken, to ptewy to make mani
je{l; laa? dat , let it alone;
laat af van Zonde, dtfiji from
Jin ; ik meen e«n nieuw kleed
te iaien maken, / mean to
have a new coat made; z ch la
ten dunken, to pre/ume, to
pretend to ^ to imagine; iaat
dar aan mij , leave that to me;
jV: liet hem te huis, I left him
at hoiae; ik zal het daar la
ten , / win leave it there.
La'vn, bioed laten, y. tn let
blood, tfi bleed; hi] is gelaten ,
he is bled; lating, ƒ. Utiing
of hlovd; laatvlijm,/, lancet;
laatband, f.fiikttobindthe arm
at lU letting of blood; laatbek
ken, n. bafon to rectiye blood»
Lsiot-n, geel koper, n. lattent
hrafs,
Lnruw, lettice,
Xuuwer, Ja'irier, laurel;
den JaL.rier ftrijden. to fir>ye
for honour; laurierbladen, m.
laurel leaves; lauwertak, m.
laureUbranch ; laurierbeziën,
laurel birrits ; laurierboom,
nu lau)eUtree; laurjerkrans,
m cr ,wn of laurel.
Lavas,«, loyage; lavaszaad,«.
iovage-fetd.
Laveren, v. to ply of and on,
to tack about; te boven lave
ren > to weat^ier ; wij konnen
dien hoek niet te boven la
veren , we could not weather
thjt point.
Laven , y. to nffefk.
Lavendel, ƒ. lavender ; lavendel
bloemen,/ fi-.^wets of lavender.
Laving, f. refrejhment.
Laz-rrS, m. Iep<i7 ; lazarusklap,
ffpiteful.
Lebbigheid, f. hitternefs ^ leb-
bigheid , ^ fpiujulnefs»
Ledemaat, m, member
Leden , «« members^ foints, ( he
plural of lid); de Jcdcn des
ligchaams, the membfts of the
body; pijn in de leden , pnin in
the joints; de leden van dtn
raad. the members of the board ;
ledenzetter. m. bone-fetter.
Leder, n. leather; zool leder,
foMeather ; lederen , van le-
der yadjmleaihtrt,;\^dert\\ zak,
leathern bug, zie: leer
Ledig, zdj, empty; een ledig vat,
<2« empiyreffel; ledig , arf lijk ,
adv. niet bezig. idle; hij ftast
fchier altijd ledig , ht is ahit-fi
continually idle; ledig z jn,
to be idte, atfo to be tmtty;
ledige tijd , leifure, fpure time;
ik heb gansch geent;n ledigen
tijd, / have no leifure at ail; ie*
digeureri. fpare hours; ledig«
ganger, m. an idle feilow y one
that has t.o buftnefs.
LeJigen, ledig maken, y. to
empt9.
Ledigheid, f emptinefs.
Led ging, /, emptying.
L^cd, n. harm, hurt, hardfliip,
injury i ofence; haar ^al ^een
leed gefchiedeij . no harm w>ll
attend her; leed doen, y. to
harm, hurt, offendinjure; *t
zal u geen leed duen, it will
not do you any harm , it fhall
not hurt you; 't is mij leed,
it grieves me , lam lorry for it,
1 rtpent of it; ichoon *t u lief
of leed is, whether you like
it or no.
Leedwezen, n. repentance, re-
gret; leedwezen hebben, lo
tepe-\ t.
f lepers ciicktt; iazeiij, me jLeel'togt, viëluals, provifions.
laatbchiieid ^ ƒ. /e/'T-ö/j'. ^
Leb f. rennet.
rebb'
feme
■g, adj, fo.uewhat bitter, as
ie cheefe'9 lebbig
Leeftijd, f. life-time.
Leefwijze, ƒ. manner of living.
Ltek 3 m, Uek-man ; Icekebroeder ,
m. layfiiat*^ leekendom,