Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page


128
lan.
comt at riot ; Jandsliedeü ,
ens^s covntry^merr, 'i zijn zü»
pe landslieden, ihey are his
country men ; landsman , w.
as I hij is mijn landsman, he
is my ccu»t7y*man ; lard-
fpraak , ƒ. country ciaUd;
landftad, ƒ, inland town,
iandftreek , ƒ. region , fart
of thr country; landverraad,
n» high-ireafon ; landverra-
der, m traitor landvliigrig.
fidj. fugitive ; landvolk, n,
ihe couritiy people, the nation;
landvorfed, m, ihe goyerrrj
cf a Cfjuntry , a deputy; Jaad-!
voogdes, ƒ. ^tynutfs; iana-
voog l;j, f. gnvcrnmevt ; land ;
weg , m. highway ; land
\vind, »/. land-wind, a wino
bl->wir}g at fet tin:es from the
land towards the Jea; land*
zaken, f rfairs of the
country ; landmaat , m. in
habitant, natite of a country;
de landzaten, the inhabitants,
the nation, landziekte, ƒ
epidemical difeafe.
Landaard ,ƒ. notion ; de Engelfche
landaard, the Bnglifh nation.
I.anden, y, to land, accoap., hij i*
gelukkig geland, he is happily
landed.
Landerijen, f, lands, grounds,
Lsndgotd. n. efiate in the coun
iry; landheer, m, lord of the
nanor,
Lancirg, f, larding.
Land wr arts, ady. towards the land',
landwaarrs in, towards the inner
pans of ihe land,
Lang, adj. long, tall; hij droeg
heel lang haar, he ^vore very
lorg lioir; lang van adem, long
winded; lang geledtn, lo-g
a^zo; al over lang; long ftnce\
lang te voren, long before;
Japg voor zijnen dood , a long
wh'le before his death; lang le
ve de koning • long live the
■ king, Cod faye the kit.g ! lang
LAT^.
iiitblijv«n, to ßay ont a gnat
yph'tle; hoe lang, how long; iCs
jaren lang , for fix y^ ars toge*
ther; ten langen laatfte , at laß,
finally,
Largachtig,tfi?/\ longißi,fomewhat
long.
Langbeen, m, long-legged fellow,
one that has long legs.
Langdradig, adj, prolix.
Langdurig, cdj. lafling, long,
durable.
Langdurigheid,
durab:c7i'.fs.
f.angen , y. to
hand
f, continuance,
reach , give ; de
to lend a hard;
lang Uiij til? tanc . reach me the
tvngi; , laauer worden,
to Ithgihen; de ciagen begin-
nen te langen, the days btgin
to Ungth-.n,
f.anget, n. tape^lace.
Langharig , dj. long haired.
Langhals, m, long heck.
Langheid,/, length.
Langlevend, adj. long-ly cd.
Langlevendheid, f, longevity.
Langmoeoig, adj, Iijk, ady. long
ft'feting , forbearing.
Langmoedigheid , f, lorg fuferan^
ce, longanimity.
Langs,Ärfv. along; langs deftraat,
along the fireet; langs de zee,
by the fea fide.
Langstlevende , n, the longeß
liver.
Langte , lengte , f, length.
Langtong, m, ècj.prattler^chatte-,
rer, blab.
Largwerpg, adj, oblong; lang-
werpig rond , oval.
Langwijlig, adj, I jk , aiv. long*
laßing, long-winded, teüous;
een langwijlig gefprek, a /c«^»
winded difcourfe.
Largwijiijiheid, /. long-continuanr.
ce, tedioufnefs,.
Lan.«, f. lance,
Lactaarn, f, lanthorn; dicven-
laniaarn , da^k lanthorn; lan-
taainmaker, m. lanihornmakerm.