Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
K WE.
Ins fit.
Kwakzalver^ w. quack doBor,
Kwanswijs, adv. at if ^ Jorfootlu
I Kwanc, m, fellow, young blade;
een ongebonde kwant, a de
1 bauchcd fellow.
Kwanifelaar , m. one that fpends
away h-s money with cotuinual
] bartering,
K wantfeien, v. to fcofs, to fquan*
\ der ^ to fpend away.
i Kwartel, m. quail.
J Kwarder, n. quarter-^ een kwfir*
i tier, kwartier uors, a quarter
j of an hour yccn kwartier g^ans,
f as jar as one can go in a quur
; ter of an hour ; hinnen een
i kwartier, wi:hin a quaritr of
' <2« hour; 'c eerfte kwarder,
i lbs fit ft quarter', 'tlaaiftekwar
J tier, thelajl quarter ;cen kwar
1 tier van een fchaap , a quarter
! of mutton', om kwartier roe
I P^n, om l(jf$ger:ade bidden,
I to call for quarter-, kwartier
j geven ^ het leven fchenken,
to give quarter; winterkwar
^ tieren , winisr-quarters; kwar
I tieren, y. to quarter; kwar-
! tiei meester , m. quarter
m-2fitr.
i Kwast, verw kwast,/•
\ brupi ; knot in wood.
Kwastig, adj. knotty.
Kwe,quince; kwcperenbcom ,
I J m, quince-tree; kweevleesch ,
I m, marmalade.
Kweeken, y. to cheript, ncuripi,
plant.
Kweekeling, m. pupil,
Kweekerij, /. nurfery^garden,
Kweekfcbool, feminary for
learning.
Kween , f. a cow that never bears
a calf.
adj W]}^, adv.vexatious,
trohblefome.
Kweien, v. to finn,
Kwf Jgeest, m. hauntir.g-fpirit,
tioubitfonie per for»,
Kwelien, v. to v(a,trouble, teafe.
KWÏ.
las
peßer.
KwtfKer, m, ve.xer, trotihler.
Kwelling,/. vifX-'^iion, trouble.
Kwestie, f, queftion, äifpute.
Kwet?baar , a.j. vulneiabie,
Kwetfen, v. to wotmd, hurt; zijne
ucT kwetfen; to bUtmfh his
repuiation,
Kwetruur, f, wourd.
Kwezel, f. nun; kwezel, m,
hypoctite.
Kwezelen, V. to behave one*s fclf
hypöcriticaUy,
KwiH, -A fp'iile, drivel, ftu ^ir ;
k «V i) 1 b a b , ff, ilnytlirfg t !i, Ii ;
kwijlflah ,
Kwijlen, V. to dri^eK
;Kw j inj?, f, duyeling.
Kv/i nen, m. to langui[h, to p'me
away, to droop, iih,ier; c-eu
kwjnend leven, a langtiifhin^.
life, a Ungeting life; eene k'.vij '
nende ziekte; a lingerin^ di>
eafe, a languijhing pcknefs'^
eene kwijnende koorts, hi^ic
fever.
Kwijt, adj. lüß, fid of; Ik hen hei
kwijt, ] haye lofl it; zieh lerS
kwijt maken, lo get rtet uf a
thing'^ ik hei) het mij kw^jt
ffcmaakt, / have put it of;
kwijt raken, tolofe, to get ril
of, to be deliveted of; ik ben
niijn horologie kwijt, l have
Idß my witch, I am robbed of
my watch; hij is de koorts
kwjt, the ap.ue has left kif»;
ik raakte hem kwijt, J got rid
of f}i'n ; kwijt wezen, kwjt
zjn, to be rid oj; kwijt wor«
den , 10 lofe.
Kwijtbrief, m, receipt, discharge.
Kwijten, v, to acquit, difcharge ;
zich kwijten, to aifcharge, rr
aaiuit himfelf, to per form one*s
üuty yZ\\\ van z jnen pligt kwij-
len , to difcharge his duiy; h j
heeft zich wel gekweten, he
lias acquitted himfelf well.
Kwijting . ƒ. acquitting.
KwijifcheUen, y. tu ucquit, dif*
^ 3