Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
!

ri4
KUS.
KiU, ttu hoU y caye, dd/if
leeuwenkuil, liun^s den.
Ku p, f» tub.
Kuiper , m. cooper,
Ku'sdi, adj, lijk, adv» chaflely,
cleanly
ICuifchen , fchoonmaken , y.
to make clean-
Kuit, w. calf oj'the leg; vischknit,
fpawn offijli \ kuiter, kuitviich»
f, fpawner.
Kunde, /. knowledgey fierce'-,
meetkunde, geometry i ft«ïrre-
knnde, aflronomy ; zedekun-
de, morals*
K'inag, adj, lijk, adj, fkiful,
acquainted; kundigheid,/, no
ti m , JctdHce , knowledge.
Kunne, / fex, vr.n de vrouwe
liike kunne, of the female fex
Kunst, art; de kunst loopt om
r.rond, art ts but a beggarly
lhi>:g, art yidds but IxttU
^'Srv?;letterkunst, fpraakkunst.
grammar; cijferkunst, ariih'
me'.ic ; zangkunst , music',,
de zeven vrije kunsren,
the feven liberal arts; kunst-
jjereedfchap , n, ergines,
ntachines', kunstkenner, m,
k^ower of arts; kunstlievend ,
loving, orjavomirg arts\
knnstrijit, very artificial^'SiMnx
wooid, n.ierm if art; kunst
werk, n, urtifieiul work,
Ivunsrpcnootfcbap, /. fociety,
Kuu?.tgreep, m, attif.ce.
Kundig, adj, artificial; artful.
Kunstkamer, ƒ. inufeum
Kun-tmtester , m, arrficer,
Kunstredenaar, m, logician^
Uunivtfjuk , n ajïerpiece.
K'liren , /. pranks n tricks.
Kurk, n. coik; kufkenixekker,
cr>rk''f>:re\v
KWA.
pit;Kmt, f, coajl ^/hore;opdekvist9
near th' cO'z(l, near the (hure »
lan^s kust zeilen, to fail
a-ong th ^ cö.f/?; kustbewaarder ,
m. ci-afïer.
Kust tj? . f,payment byparcels, of
Kus, m, kiTs,
Kus'rn, y,
ixUsfVn, n,
pi'htw ;
cuihion.
f, kisfing.
to kifs,
cuflAon; oorkusfen,
fpcldekusfen, pit,^
land- or houfes; kustingbrief,
fi- otll 9 or hondy whereby it
atp'.ars what the buyer ofa
hou e 0} farm is jlill paying for
i: to the jeller,
Kvvaad , atJj. bad, ill, evil, mif..
chie^ous, wicked; kwade men-
fchen, tvil, or wicked people;
kwaad , toornig, ««^ry^ kwaad
worden, ^o^rowfl«^; zij was
zeer kwaad op hem, fhe was
yery angry * or wrath with htm \
kwaadaardig, adj, lijk, adv*
ill' natured , malieious, ma-
lignant ; eene kwaaaaardige
koorts, a malignant fever ;
kwaadaardigheid, / malice ^
ill-nature, malignancy; kwaad
doen, y. to commit evil,
eyil doing; kwaaddoender, m,
n:alefadior, criminal; kwaad-
heid, /. badnefs, wicke 'nefs,
malignity, anger; kwaadfpre-
ker, m. flanderer; kwaad-
ftoker, m, inciter to evil;
k wa&dllokeod, in.mifchieyous;
kwaadwillig, adj, lijk, ady, ill
•wilUd. tnalevolent; kwaadwillig»,
hl id, f, ill'-t^ilt, malevolence.
Kwaal, f, difeaje, difiemper,
malady, infirmity; met vele
kwalen behebt, troubled with
many üifien.pers»
Kwab, /. wen.
Kwak . f. tale , or merry fefl.
Kwaken, als de vorfchcn,'y. to
croak as frogs.
Kwakkel, m. quail.
Kwakkel wiiter, m. fvft •winter.
Kwakkelziekte, ƒ. lingering i«*
dhpojition.
Kwalijk , adv» ill, wrong , not
well; kwaljk er uitzien, to
look ill, to be indifpojed, kwa-
lijkheid , /. fqueamifhnefs, faint'