Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
r
si6
KNO.
cour tl fey*
Knikkebollen, v* to noSé
Knikken, v, to becken^ nod.
Knikker, m, bcckener, nodder.
Knikkeren, v. to pl/iyw'thm-irbles
Kfti'oking, j. noiding.
Knip, va!, ƒ fall to catch birds ;
hij is in de knip, hsiscivghn
knip voor den neus, a filiïp et
rap vn thf nofe.
Knippen , v. as meteene fchaarhet
haar afknippen, to cut <fth-
hair \ knipmes, rpring kmfe,
K"ipiel, n c 'ippings.
Knobbtl, m. nob.
lachti^ 5 knobbelig , adj
nobby t ftused
Knobbüii'h-id , f, knobhinefs.
Knods , fn. club.
K-noescip, adj fullofknbtSy knotty:
Knoflook , gat lick.
Knolfelen, v. to fumble.
Knokkel, zie kneukel.
Knol, f tnrtiip; knol, Üecht paard,
jade y hackney-horfe.
Knoop, m. knot\ eenen knoop
ontknoopen, to unty a knot ;
knoop, aan een kleed, button,
knonpgat, «, hutton-hole.
Knooping , f. tying , buttoning,
Knoopen , v. to tie with a knot, t
button i zijnenrokknoopen, tc
button his coat.
Knop, n. knüb, knot ^ hut\ de
knoppen van eeneo boom, the
buds of a iref, do knop van
eencn degen of van een zadel,
the pommel of a jwoid or fad
dU\ ce knop van eenen rot-
im. the head (fa cane.
Knoppen, tot knoppen zetten, v
to httd't de boomen beginnen
te knoppen , the trees begin t.
bud.
Knorren, v. to ^r'mhle.
Knorrepot, m grumbler.
Knorrig, ar.j, lijk , ady. fretful.
gf unbHrg.
Knoc, vlasknot, m. knot, cr lit-
tle bunch of flex.
Knotten, y. to main, to cut^eff
KOF.
the mtmbers ; eenen boom knot-
ten , to top a tree.
KnuffVlen, y. to fumbiei
KnuppeJ, m. club.
Knuppelen, v, tohe^t v/M dubs.
Knuffelaar, w. ttifler.
Knurfdlen , y. to he c lounger,
i\nijp?n , y. pinch tw.ich ; m\)r\Q
fchoenen knijpen m:j , wyfhjes
piuch me.
Koddebeijer, m. cfjir.er that looks
to the dyxns,
Koddenaar, m. lir^r.st.
K-)dd g , adj. odd.
Koe, ƒ. ccwmelkVoe, nilk'
cow I vaarakoe, cow thit ynlrfs
na milk; k-.-tlUl, m. CoW jiable.
Koedrck, m. co-^-dung.
Koedrijver, m. cow herd
Koek, m, cake; zoettkoek, ^/n«
gerbread,
Koekebakker, m. gingetbread-ba'
ker.
Koekekraam, ƒ, gingerbread flar.d^
Koekeloeren , y. to ogle, to peep
out.
Koekoek, m. cuckoo.
Koel, anj. cold, cool, frepi ;koeI-
omhaal, cold entertainment; ie*
mand in koelen bloede vermoor-
den, to Kill one in cool bloodi
koeibak. cooler.
Koelen , y. to cool; zi»n gemocA
koelen, to revenge himjetf, to
vent one^s pajfion.
Koelheid, koelte , f. coolnefs.
Keeltje 9 n. breeze.
Koen, adj. bold, audacious flout ^
valiant.
Koenhe d, f fioutnefs.
Koers, m. road, wuy.
Koesteraar, m. chsrijher.
Koesteren , v. to cherifh.
Koestering,/, chtrifning.
Koet, f moor-hen.
Koets, /. cpfl/rA , koetfeDmaker ,
m. coack^maker.
Koetspaard, n. coaih-ho'fe.
'v' evoet, m- lever.
KhfFer , m trunk, koffcrraaker,
trunkmaker.