Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
BEC.
liaan; to treat pepper, peper
ftooten, of ftampen; to beai
lack, terugflaan; to heat down,
ter neerfiaan, om ver ftooten;
to beat time in mufick, de maat
flaan in de muzijk.
Beater, flager, m.
Beatific, beatifical, gclukzalig-
makend, adj.
To beatifyi gelukzalig maken,r.
Beatitude, gelukzaligheid, ƒ.
Beaver, bever, m.
Beaver oil, bevergeil, bever-
zijn, n.
Beau, pronker, zwieHge jon-
ker , m,
Beanifli, popachtig, pronkig, adj.
Beauteous, fchoon, mooi, adj.
Beautiful, fchoon, fierlijk, adf.
To beautify, verlieren, opfchik»
ken , y.
Beautifying, verfiering,
Beauty, fchoonheid, öerlijkheid,
ƒ, lujfter, m.
To becalm, bekalmen , y,
Becatije, omdat, dewijl, ter oor-w
zake, conu
Ta bechance, gebenren, v. n,
Beek, wenk , knik , w.; ?? give a
beck to one, Umtnd eenen wenk
geven.
Beckon, wenken, knikken, y.; to
beckon to, toeknikken.
Beckoning, knikking, wenking, ƒ
Sscomt, worden, betamen, voe-
gen, pasfen, v %to become regene-
yatedy wedergeboren worden;
tvhat is become of h\m ? wat i
iran hem geworden , waar is hij
gebleven ? it does not become
Mm, het voegt hem niet, het
past hem niet; it does not be
■€onie yoti to do fo, het betaamt
«f voegt H niet zoo te doen;
fnodefly beco mes every one, ze
digheid betaamt Iedereen.
Becoming, betamende.
Jt is not becoming, het betaamt
niet, het past niet.
Becomingn^ 's , betamelijkbeid ,
welmgelijabeid, /.
BEE.
^frf jbedftede, ƒ. bed, ledikant,
1 bed, te bed
Bedjlead, bed-ftede, /.
Red of Jiate, praal bed.
Rride, or nuptial^bsd, een brui-
lofts bed.
Garden-bed, tuinbed , hofbed.
Prefs'bed, flaapbank.
Feather bed, veren bed.
Fhck-bed, vlokbed, matras.
The bed'pojls, de ftijlen van een
ledikant«
To b3 brought to bed, inde kraam
komen.
Red-tick, beddetijk.
Red'chamber, flaapkamer.
Red rid, bedlegerig, ziekelijk.
Red-fthw, bijflaap, bedgenoot ,
bedverwant, m.
Red pan, ondcrfteek-bekken.
To bedabble^ bevochtigen; be»
fprengen, y, a.
To bedaggl4, h^f\\V\i^Ti^ bemor-
fen y, a,
To bedafh, bedaggle, befpatten,
beflijken, bekladden, y,
R dapiiKg, befpatting, ƒ.
Toiêdéiwb, bekladden^
bemorfen, v
bedding,/beddegoed, n»
To bedekken, verfieren,
overkieeden, y, a,
To bedew, bedaauwen, y.
Redewing, bedaauwing, /.
To verduisteren, bene veleti.
Bedlam, dolhuis, krankziniug-
huis, zottenhuis, n,
To bedrop, bedroppelen.
To bedung, 't land bemesten, y.
Beduneed, bemest.
To bedufl, bcftuiven, y.
Bee, bij, honing bij, /
Humble bee, bommel, m.
Swarm of bees, bijen-zwerm.
Bee hive, bijkorf, m.
Beech , beukenboom, m.
Grove ofheeck, beuUenbosch.
Besf , osfeBvleesch , rund-
vleesch, «.
Reerbier, n • new- heer , versch
bierj jiaU ^ff, oud bier»