Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
210
ker.
keu.
he knovfft, iKerkelijk, adf\ belongwg to thi
Kenbaarheid,/, nototioufnefs, church, ecdefiaflic; een kerke*
vgfijjjij ^^ eccUftaJlical
Kennelijkheid,/, nototioufnefs.
Kennen, v. to knovf; te kennen
geven, to acquainty to let on-
know to fif*nify.
Kenner, w, knower, connoijfeur
Kennis, ƒ. knowledge , Jdence^ac
quaintance, cvfinifance \ man
van grooie kennis, man cf deep
knowledge ; hij (teed bet bniceD
mijne kennis, he did it without
tny knowledge , kennisneming,
f, taking cognifance,
Kenteeken, n» mark , fign.
Kepen, v. to notch»
Keper« /• the woof of {luff*
Keperen, y, to whorp.
Kerf, ƒ. notch 'c gaat buiter
de kerf, it exceeds the hounds\
kerfftok, tally. [core; op
deo kerfftok balen, to gc
upon the fcon; op den kerf
ftok zetten, to ftore up; dec
kerfaok afdoen, to pay off the
tally f to reckon Hfith one*
Kerk, f» church, kerkboek, n.
thurch- hook , kerkdeur, ƒ
church • door , kerkdief, w.
church^robber, kerkdienftig
adj. lijk, ady, ceremonially
kerkdienst, divine feryice,
kerkdieverij, f.facrilege,keT\i
gang, m, churching, kerkgc
zag, hierarchy, kerkhof, «.
church-yard^ kerkkroon,
branch candleftick, kerkmeester,
m church'Warden 9 kerkpilaar,
m, cAttfcA-^ii/ar, kerkplegtig
adj. lljk, ady, ceremonially ^
kerkplegtigheid, ĥ ceremony ,
kerkporual, church^porch,
kerkfchendig, adj, & ady, fa
crilegious, kerkfchenderij, kerk
fchending, f, facrilege , \ntt\i
ftoel, ms folding chair, kerkto
ren, fieeple of a churchy
kerkuil, f». (twl, alfo a bi^ot^
kerkvaders, fathers of the
church, kerkvoogd jOT.pr^/ö^tf,
kerkvoogdij, ƒ. prelacy^ f
[. parifk-prUfl,
stijd, kersmis, ĥ chrift-mafs*
lijk
^ htfiory.
verkelijke, fn, clergy* mart,
verker, karker, m, dungeon,
dark'hole*
iCerkenraad, m, cfjembly of church*
men , conftflory,
iCerkerea, v. to imprtjon*
ICerkering, ƒ. imprifoningn
[vermen, y» to lament,
Kermis , f, fair.
(Cer>, 2 e kars.
Ivern, /, grain ^ kernel', kem
zouts, a grain of fait.
Kersdag, m^ crifimafs^day ^
kersavond , f, chriflmajs
eve, kerspacht, n. chtiflmafs'
night*
((erfpel, «• parijh-., kcrfpelpriester,
m.
Kerstij
Kervel /. chervil.
Kerven , v. to carye.
Kerving, /. carving.
Ketel, m, kettle; vischkctel» fi/h"
kettle', keteiboeten, v. tomend
kettles, ketelboewr, m. linker,
ketelkoek, m» bag •pudding ^
keteltrom, f, kettle-drum*
Keten, ƒ. chain.
Ketenen, v. to chain^ enchain»
[Cetter, m. heretic.
Ketterij, ƒ. hercjy.
Ketting, f, chain, kettingkogel,
m, ohain'bullet.
Kettingkogel, m, chain-fhot.
Kettingfteek, m, chain flitch.
Keuken, f* kitchen, keukenmees-
ter , ff?» majler'cook, keuken-
meid, f, kitchen' maid, cook*
maid, keukenwerk, n. ^//c^f»«
work.
Keur, ƒ. choice, eleSiion ^ appro *
bation, Jlatute, alfo the a fay,
/lamp or pewter; iemand keur
geven, to give one choife;
neem uwe keur, take your
choice; zilverwerk van de ou*
de keur 9 plêtc of the old Jland^