Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
Hör.
Hoön, ttt» affront, injury»
H )op, m. heap, hord, multitude;
hoop fteenen, heap of ßones i
hoop houts, pile of wood; hoop
volks , multitude of people; bij
hoopen, by heaps; met hoo
pen, in crowds.
Hoop,/! hope; ilr heb geenehoop
meer, I am paß hope; ik leef
nog op hoop, ƒ ftill live in
hope,
Hoor^n , v, to hear,
Uoordcr, m. hearer.
Hoorn, m. horn; jagthoorn ,
bugU'horn; hoornen dra;;en,
the wear horns; zij kroont hem
met hoornen, ße beßowsapair
of horns upon him; zeehoorn ,
co'ikle; hoornbeest, n. horned
beaß, bullock; zj namen hon
derd ftuks hoornbeesten, they
took a hundred head of cattle;
hoornachtig, adj.horny; hoorn
parhement, n, vellum; hoorn-
werk, n, horn-work.
Hoorplaats, hoorzaal, f, auditory
Hoos, f flockingt hofe, hoos in
zee, ƒ. water jpout; hoosvat,
n» wa ter ing'fen-'p.
Hoovaardig , adj. proud, haughty,
Hoovaardigheid, f proudnefs»
Hoovaardiglijk, adj, ^adv. proudly.
Hoovaardij, f.pride^haughtinefs,
Hoozen , v,tobewet, to water;
water ulthoozen, to Ccoop out
water; boos *t water uit de
boot, free the boat.
Hop, f, hops to brew with.
Hopeloos, adf, paß hope, hopelefs.
Hopen, V. to hope,
Hopkooper, m, hopdealer.
Wopmzxt, m, captain ; hoplieJen,
m, captains,
Hoppe, ƒ. hopper.
Horde, f hurdle,
Horologie, n, clock; zak-horolo-
gie, w/ï^cA;horologiekas, watch
cafe; horologiemaker, m.cleck
maker, watch-maktr',
H orrclvoet, m. club footed fellow»
Horfel, m, horje ßy.
HOU,
99
Hort, m,hunch , pußtjog, tug; mef
horten en ftooten iets doen,
to do a thing by fits and girds.
Horten, v. to jog\ puft» hunch.
Hosfebosfen, v, to joggle.
Hotten , y, to profper^ alfo lo
curdle as milk.
Houden, r. to holdy keep ; vast-
houden , to hold faß ; herberg
houden, to keep an inn.
Houder, m, holder, keeper.
Houding,/, holding^ keeping.
Hout, n, wood, timber; brand-
hout, fire-wood; klein hout,
fmall wood; bout hakken , to
cut, or fell wood, houtachtig,
adj, woody ; houtboer , m, jag-
got man; houthoop , m, heap
of wood; houtkooper , m, tim^
ber - merchant, wood - monger ;
houtklover, jjt. wood-cleaver;
houtfchuur, f, wood- hsufe ;
houtskool /. char*CQal; hout»
fnep, / woodcock; houtfta-
pel, houtmijt, m, pile of wood ;
houtvester , m, wood - ward ,
forefler; houtwerf, /. wood
yard; houtwerk, n. wainfcof
ting.
Houvast, m, hold^faß, cramp-iron.
Hoveling, m courtier.
Hovenier, m, gardener.
Hovenieren, y, to garden^ drept
gardens.
Houw, f, cut, chop.
[louwbaar,<7<fy. l\}k,adv, that whii h
can be hold, or held; houwbaar,
verdedigbaar, adf, defenßble \
eene houwbareplaats, a place o
defence.
Houwbaar, zie huwbaar.
Houweel, «. mattock.
Houwen, hakken, y, tocutyfell^
hew, chop; iemand neerhou-
wen, to ßrike one down with a
fw)rti\ takken van de boomen
houwen, to lop, or prune tree:;
fteenhouwen, to htw ßone;
vleescbhouwen , to drtve a
butchering trade.
Houwer, m. hewer ^ he that cttts
V 2
ii