Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
1
BAH.
■en.
iarely, blootelijk , enkellijk,
alleenlijk, ady,
/^««ffd/'jr, naaktheid, blootheid, A
Bargain, veiding, verdr^, n
koop ,m,\to fland to one^s bar-
gain, zich aan den koop hou
den, bij zijn verding blijven,
zijn woord houden.
2*00 (hall loofe nothing by this bar-
gain, gij zult bij dien koop geene
fchade lijden.
To get fomething in the bargain ,
iets op den koop toekrijgen.
To f dl one a good bargain
een^ goeden koop geven.
Bargainmaker , verdingmaker ,
makelaar, m*
To bargain, koop fluiten, v.
Bargainer, bedinger , koopma*
ker, IR.
Barge, roeifchuit, floep, f.
Bar ge-man, fch ui te voerder, m,
Barge'couples, balken daar een
gebouw op rust.
Bark, fchors, bast, bark» /.
fcheepje , n.
To hark, blaSen, keffen, v.
To bark at one, tegen iemand
blaffen, iemand aanbaflèn
To bark a tree, de ba:t van een*
boom affcbillen.
Bark'houfe, looijerij, ƒ.
Bark-man, jagt^fchipper, <n.
Barker, blaffer, m.
Barky, fchorsachtig, adi.
Barking, blafüng,/ geblaf, ge-
kef, n. afhaling der fchors»
Barley, garst, ƒ.
Barley bread, garflen-brood.
Barley-water, garden'water.
Barm, gist, f
Barn, fchuur, f.
Hay barn, hooifchuur, /.
Bayfi, Of beam, kind.
Barnkeeper, fchuurhouder, m.
Barnacle, paardcpranger, dwin
ger, ook zekere fchotfchi
vogel als mede een wormpje
dat de piankeD ^t wruügep
doorvreet*
Af
BAS.
35
Barometer, luchtmeter,
Baron, vrijheer, baanderheer,
baron, m,
Baronefs, Baronnes, f.
Baronet, ridder, m.
Barony, vrijheerfchap, s. vrij-
heerlijkheid, /.
Harrack, foJdaten loots, f.
Barrel, vat, «. ton, kuip, f, L
The barrel of a gun, de loop van
een vuurroer. .
To barrel up, vaten inkuipen, v.
j^flrrtfff,dor,onvrucb£baar,bar,<jüy.
To grow barren, onvruchtbaar
worden.
Barrenly, onvruchtbaar , fchraa!,
bar, ady»
Barrennefs, onvruchtbaarheid^
dorheid, ƒ.
Barrifler, advokaar, m.
Bar, pleit-balie,
Barretor, warzoeker, iwistma-
ker, m.
Barricadn^ borstwering, f
BarrieryÜmtboom, dwarsboom, w.
Barrow, hund-barrow, berrie ,/ ;
wheel-barrow, kruiwagen; fa
drive a wheel-barrow, kruijen.
Bafrow-hng,bzii, m, gelubd var-
ken, n»
To harter, waren verhandelen ,
verruilen , v.
Bartertr % ruilebuiter, m.
Bartering, verruilende.
Rafe, bafis,%rondy w,grondvest,/;
Safe, in mufiek, grondilem, ba$.
Baft'yioi. eene bas-viool.
Bafe, fnood, fchandelljk, adj»
Bafe wretch, eerlooze üelt.
In a btife way , op eene oneerlijke
of lage wij^e.
0 bafel O fchaode;
4 bafe trick, een fnoode potJ.
A bafe fUow, een Hechte vent.
Rafely, fnoodelljk , fchandelijk ,
udy*
B4entls, fnoodheul, fchandelijk-
heid, ectloosheid, /.
The bafer Joft, bet flec^!fte f«>ore
van volk, h >t fcnuim t.u2 de
1 ftraai, l^ctiaolMigei,
B5