Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
DEK.
Deegachtig, adj. doughy; deeg-
achtig brood, d-.ughy bread
Deel, n. part,portion,parcel; een
deel lands , a parcel of grouna j
een boekdeel a volume; ir
alien deele , every way^tn ev^ry
refpeSf; deelnemen, to p^r
ticipate ; eensdeels, partly ;
meestendeels .for-the moßpnrt
Deel, /. plank, deal aboard, plau.^.
Deelachtig, adj. partaking-
Deelbaar , ady. that which can bt
; divided,
I Deelen, v. to divide, fhare; let?
met iema^'d deepen, to ßare n
thing With one; u^tdeejen, .
ßare out, dißrthute.
Deeler, m, divider, dißr buter,
DeeJgeiioot, deelb'-bber, m. part
aker, partner; ßrer.
Deelgenootfchap, n, partnerßip.
Deelin^, f, divifun dißrilution.
D.els, adv, partly.
Deelwoord , n, pa- iciple.
Deerlijk, adj wot ful, deplorable,
lamentable.
Deem s. f. pity, commiferation
Deefem, w. lea'-en.
Deefemen, v, to leaven.
Deftig, adj* lijk, adv, magnlficem,
giaye.
Defti&heid, ƒ. magnificency.
Degelijk, acj. true , hor,eß , juft
Degeliik , ady. really , indeed.
DegPlijkheid , /. Uoneßy, jußnefs,
D-gen, m.fwo.d. rapier.
Deiflzen , v, to go backward, to
retreat.
Deinzcr , nt. backßiier.
Deinzing ,f,going back,retTeating.
Dek, ff. cover, coverlet.
Dekcn, / blanket.
Deken, m- dean; dekcn vaneen
gjd, tU chief maß er (f a
eoa^puny.
Dekken, to cover; de tafel dek-
ken, to fpread th: table.
Dekk ng . f, c >venng.
Dekkkel. faddle-c'oth.
Dekmantel, m* pretence, cloak:,
vEdcr den dekmantel van
i
DEU.
5/
vriendfchap , under the cloak of
jriendßiip.
Dekfel, n. cover, lid.
•)elven, v, to dig.
Delvc-r, m digger,
n Iving , ƒ diggir.g,
Dempen , v. to quench , extinguilh,
fupprejs, damn^ chrak,ßop; eene
havf^n dempen,an har*
hour,
Dcmpmg , f, quenching ,extinguiß^
'nr.
D<^i3kbeeld , n, idea , notion.
Denken, v to thir.h , confi-'e*;
denk et aan, t hink on it, remem*
her it, confiier it.
Denking. f. th nking.
Denneboom , m, fir-tree; de roode
denneboom, the pitch'tree.
Oer, art. oj the.
Deren, v. to ail, wat deert hem ?
what ails himV deren, z;cho:.t-
fermen, to pity,
OtréQ,numb. ihethird;QZu derd: ,
derdedeel, a third part; ten
derde, thirdly.
Derhalve, conj, therefore.
Dertel, zie dartel.
Dertien, thirteen; dertiende,
thirteenth ; dertienmaal,
teen times.
Dertig , thirty, dertigmaal ,thlri\'
times, dertirffte, the thini ih.
Derven, ontbieken, y. to w^.nt,
to be deprived of.
Derving, i. wanting , want.
>erwaans, ady. thither, her-
waarts en derwaarts, hithtr
and thither. ,
Des, art. of, de vreezcdes Hee-
ren, ïft^/^ar of ïheL'-rd; des-
gelijks, adv. alfo, accordins^'y.
D^ngd , f, virtue; dat doet h>'m
dengd. th^t does him good
Deugdelijk, jä?/. ^ ady, virtuous,
honeß.
Deugdelijkheid, f honefiy.
Deugdrijk, deugdzaam, aaj. honeß,
ririucus.
Deugdzaamheid, f, honsfly; alfo
firongnrfs in %vsarhg.^
C 5