Boekgegevens
Titel: Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Auteur: Janson, Baldwin; Pijl, Rudolph van der
Uitgave: Dordrecht: Blussé en Van Braam, 1819
Nieuwe dr. ; 1e uitg. 1795
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-444
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200016
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Engels, Woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw zak-woordenboek der Nederduitsche en Engelsche talen = A new pocket-dictionary of the Englisch and Dutch languages
Vorige scan Volgende scanScanned page
bra.
ERE.
51
Brak ♦ rr*. fpeurhond, btcodkcund, Brand ng, ƒ• hurnirg,
beagle. Brandmerk, matk burnt wUlt
Braken, overgeven, v. to yamtt.\ a hot Irim,
Braker, ro. yonJter; braking., Erandmerlcen , y. ^rW,
ƒ. yomitiug; braakfel, m, yomit mntize ; hrandnxcrkijzcr ,
Braakdrank, m, braakmiddel, n.
yomittye, yomitory^ ethetick»
Brakheid, / brakkigheid, faltiß-
nefs.
Brallen, v. to bragg, gloty
Braraftreng,/. the tip gallantmoß,
Bramxeil, n, bet derde ze I in de
hoogte, top'gallant fail
Brand, burning, fire; daar
is ginder brand, yondtr is a fire
in den brand , on fire, fired; het
hnis is in den brand geftoken«
the houfe is fet on toren
ßaat in brand, the fteeple is on
fire; zij ftaken't fcUp in den
brand , they fired the fiitp; den
brand blusfchen, to quench th'
fire; brand roepen, to cry out
a fir ex brand, m, brandftof.
fuel; ik lieb geen brand mcer«
a] mijn brand is op,Ihaye no more
fuel, all my fuel is confumed.
Brand, m, ontfteking, f, infiamma
tion.
Brandarfs,/, a llght-houfe ^attU
fea-fide.
Brandbaar, adj\ ir^flammable^ com
bußible.
Brandbrieven, m. fiiarp fummons
to pay contribution on pain of
haying onis houfe fet on fire.
Brandemmer, m.a leathern bucket
ufed for the quenching of a fire
Branden, v. to burn, fcorch.
Branden, als met heet water, to
fcald; branden door begeerlijk-
heid , to be if filmed with luft;
eene brandende koorts, a burn
ir,g fever.
Brander, m, burner; een kool
brander, a coal-burner.
Brander, n, een brand fchip, yïrff
fliip.
Brandewijn, m, brandy.
Brandglas, n, burning glafs.
Brandhout, n, fire-wood.
branain^-iroftt
Brandnetel, f, nettle.
Brandoffer, n, burnt-offering.
Brand fch Ideren, y. to enamel,
Brandfpuit, /. engine,
Brandftichien, y, to fet on fire.
Brandftichrer , m, incendiary,
B andftichting, f, feuing on fire,
Brafem, m, brea'n.
Brasfen, f, touwen daar men d«
raas en zeden mede aanhaalt,
braces,
Brasfen, y, to feafi luxuriouflyy
g'rmandize,
Brasfer, m, glutton,
Brasferij,/. luxurious fea fling ,
gormaniiizing.
Braspenning, m, coin worth five
farthings,
Brasfelet, bracelet.
Braveren, v, to outbrave.
Breed • adj. brocd , large , in
breede, at large; breed ut*
raeten ,toexagèrate , rragr.ify ;*
breed opgeven, to fpeak at a
high rate, to Aoö^;'tis zoo breed
als 't lang is, it is all one, it
is af broad as it Is lon^
Breedachtig, adj, fomewhat hrocd,
Breedborftig, acj. broa-Uchefled,
Breedelijk , ady. largely.
Breedheid, j, broaancj's,
Breedfprakig, adj, pa ♦ cphrcfiical,
Breedfprakel jk , ady, piraphraf'
tic ally,
Hreedte »/T breadth platitude; Am-
fterdam ligt op de noorder
breedce van 52 graden, en «4.
minuten, /irr.fie^darn .ies at the
northern latitude of sz degrees
and 24 minuses.
Breekbaar, adj that which may
eafily be broken : bristle.
Breken, y. to break; breker,
m, breaker ; breking,- f,
breaking, breekfpel, n, dift-
c S